Luxembourg

Basketball Academy

Wie De Bal Kaatst Kan De?

Wie De Bal Kaatst Kan De
Die kaatst moet de bal verwachten definitie Spreekwoorden: (1914) Die kaatst moet den bal verwachten, een zegswijze aan het kaatsen ontleend, met de beteekenis, ‘wie yemand wil aantasten, heeft te wachten, dat men hem zo weder bejegenen, en met gelyke munt betalen zal’; Tuinman I, 266.

Wat betekent het spreekwoord wie kaatst?

Spreekwoordenboek – Geschreven door Ed van Eeden Wie zelf klappen uitdeelt, moet niet verbaasd zijn als er eens een terugkomt. toon meer resultaten Gerelateerde zoekopdrachten

Spreekwoorden met Wie kaatst, moet de bal verwachten Wie kaatst moet de bal verwachten Wie kaatst kan/moet de bal verwachten Die kaatst moet den bal verwachten kaatst verwachten Lukraak woord

Wat is de betekenis van het spreekwoord?

Ten minste 119 spreekwoorden waarvan er op bovenstaande afbeelding 80 genummerd zijn Een spreekwoord is een korte, krachtige uitspraak die een (volks) wijsheid, een collectieve ervaring of morele opvatting weergeeft. Sommige spreekwoorden zijn met elkaar in tegenspraak.

  • Zo zijn er spreekwoorden die aanzetten tot moedig gedrag, en andere juist tot voorzichtigheid.
  • De wetenschappelijke studie van de spreekwoorden heet paremiologie,
  • In tegenstelling tot een werkwoordelijke uitdrukking, die naar het onderwerp wordt vervoegd, wordt in een spreekwoord steeds dezelfde tekst gebruikt.

Vaak bestaat een spreekwoord uit twee delen, waarbij het eerste deel een oorzaak of voorwaarde beschrijft en het tweede deel een gevolg of conclusie. Er bestaan meerdere spreekwoordenboeken, waarin ze verzameld zijn en verklaard worden. Reeds in 1480 werd er in Nederland een bundel spreekwoorden uitgegeven met de titel Proverbia communia (algemene spreekwoorden).

Een spreekwoord is een waar woord. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Spreek wat waar is, drink wat klaar is, eet wat gaar is. Het moet een spreker zijn, die de zwijger overtreft.

Een bekende modernere verzameling van spreekwoorden uit de Nederlandse taal en hun herkomst is het Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, of Verzameling van Nederlandsche spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen van vroegeren en lateren tijd van Pieter Jacob Harrebomée (3 delen uit 1858-1870), onder de titel Spreekwoordenboek der Nederlandse taal opnieuw uitgebracht in 1990).

Wat is mitsen en maren?

Maar, maar, maar – Kun je maar vermenigvuldigen? Zeker, en wel op twee manieren. Simpelweg door het te herhalen. Ook dat hoor je vooral in de spreektaal. Maar, maar, maar het kan een aanloop zijn tot iets wat je liever niet zegt. Of tot iets wat zich moeilijk laat formuleren.

Bovendien kan een verdediging zo beginnen. Je krijgt een stortvloed aan woorden over je heen die je probeert te stoppen door telkens te interrumperen met ‘maar maar maar ‘ De tweede vermenigvuldiging van maar is de meervoudsvorm maren, Die komen we tegen in de uitdrukking mitsen en maren, Deze uitdrukking, die je vaker leest dan hoort, kent Van Dale wel.

De betekenis is ‘veel bedenkingen, reserves’. We vinden deze zegswijze sinds het eind van de 19de eeuw en vooral politici blijken er dol op. “Mijn mitsen en maren zijn hiermee gegeven.” “Er zijn geen mitsen en maren meer geldig.” “Wij gaan aarzelend en onder voorbehoud en vervuld van mitsen en maren, akkoord met deze reorganisatie.” Dergelijke formuleringen vind je geregeld in verslagen van Kamerdebatten.

Wat betekent veel in je mars hebben?

Veel in zijn mars hebben – vroeger in de zin van: veel (geld)middelen tot zijn beschikking hebben; thans voor veel weten. Vgl. heel wat in zijn mandje hebben (Harreb.2,64b), in de benne hebben (Twente); in zijn kabas, in zijn doos hebben; in zijn ransel hebben. Onder een mars verstaat men eigenlijk een korf waarin een koopman, een marskramer zijn waar draagt. In Groningen e. Lees verder

Waar rook is is vuur?

Waar rook is, daar is vuur 16 december 2020, 10:01 In het taalgebruik nemen uitdrukkingen en spreekwoorden een belangrijke plaats in. Een zo’n uitdrukking is: ‘waar rook is, is vuur’. Een uitdrukking direct gekoppeld aan roddelen. En als feitelijkheid in zich heeft dat, als er iets naars over iemand wordt verteld is, er vast wel een kern van waarheid bij hoort.

  1. Zowel lokaal, provinciaal, landelijk als internationaal kringelt er vaak rook rondom de politiek.
  2. Landelijk zagen enkele weken geleden de rook al opstijgen rondom onze CDA-minister Hugo de Jonge.
  3. Inmiddels werd rook een brandje en hebben de vlammen hun werk gedaan.
  4. Hugo is inmiddels teruggetreden en kreeg Wopke Hoekstra de rol van partijleider.

Rook was er ook rondom Groen Links en in het bijzonder rondom Jesse Klaver en het orthodox-islamitische kandidaat-kamerlid, Kauthar Bouchallikht. Er zijn nog geen uitslaande vlammen waar te nemen. Maar de boodschap die rechtse bloggers en twitteraars rondstuurden door haar nadrukkelijk in verband te brengen met de moslimbroederschap, lijken toch te liggen smeulen.

Klaver hanteert een brandblusser maar of hij uitslaande brand dreigt. Echt lokaal trof het vuur niet zozeer de politiek maar de ambtelijke organisatie. Want de rooksignalen die we al langere tijd waarnamen rondom de ambtelijke top in het Noordwijkse gemeentehuis, bleken zoals verwacht te horen bij een binnenbrandje.

Dit leverde inmiddels een nieuwe en zeer ervaren gemeentesecretaris op, de hoogste ambtenaar in dienst van het college van B&W. Hij heeft nadrukkelijk de opdracht mee gekregen om snel te gaan nablussen zodat hij de weg vrij maakt voor het probleemloos functioneren van een opvolger.

  • Een eerste kennismaking met hem was er deze week, mede door corona slechts voor enkelen, waaronder uw columnist.
  • Het blijft natuurlijk afwachten maar de eerste indruk stelt mij heel erg gerust.
  • Gerustgesteld kunnen we nog niet zijn over De Schelft.
  • Daar kwam al heel snel, na de eerste onheilspellende rookwolken, het alles verwoestende vuur.

Gelukkig vielen er geen slachtoffers in de zin van lichamelijk letsel. Maar slachtoffers zijn er, zeker onder de jarenlange gebruikers. Bij elkaar is er daaronder heel veel leed, daar weten we inmiddels alles van. En de indringende geur van de brand zal nog wel even blijven hangen.

  1. Wethouder Sjaak liet deze week het slopen van start gaan en hij berichtte dat er diverse activiteiten zijn gestart zoals het mogelijk tijdelijk herhuisvesten van gebruikers.
  2. Hij geeft leiding aan een werkgroep die een toekomstige wederopbouw wil gaan bespoedigen.
  3. Maar men zal voorlopig geduld dienen te bewaren.

Er is ook een initiatief vanuit de bevolking en de opgerichte stichting ‘Nieuwe start Verenigingen De Schelft’, en die verdient steun van ons allemaal. : Waar rook is, daar is vuur

Wie zijn billen brandt moet op de blaren zitten?

Wie z’n billen brandt 30 oktober 2019 I Klaas van der Galiën, directeur Track Software Wie De Bal Kaatst Kan De Wie z’n billen brandt, moet op de blaren zitten. Het spreekwoord wil zoveel zeggen als: ‘ Als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen. En het liefst zonder klagen ‘. En dat is eigenlijk het motto van een opmerkelijk vonnis in een loonsanctie-zaak.

  1. Een werkgever klaagde met succes zijn arbodienst aan.
  2. Hij wilde die loonsanctie verhalen, maar de arbodienst gaf niet thuis.
  3. De afgesproken dienstverlening was immers netjes geleverd? En men had bovendien die aansprakelijkheid uitgesloten.
  4. Verder meende de arbodienst dat áls ze al aansprakelijk was, dan op zijn beurt de door haar ingehuurde bedrijfsarts die schade maar zou moeten betalen.

Het bijzondere in deze zaak was dat er twee keer een UWV Deskundigenoordeel gevraagd was. Beide keren had het UWV gerapporteerd dat de werknemer belastbaar werd geacht voor 20 uur per week. Echter: de door de arbodienst ingehuurde bedrijfsarts gaf een ander oordeel.

See also:  Wanneer Olympische Mountainbike Wedstrijd 2021?

Hij meende dat betrokkene niet geschikt was om te werken, ook niet voor aangepast werk. Geen benutbare mogelijkheden dus. Het ligt in de lijn der dingen dat je dan geduvel krijgt. Dat vond die rechter ook. De arbodienst heeft in deze zaak “onbegrijpelijke fouten gemaakt, althans laten maken”. Zo staat het met zoveel woorden in dit vonnis.

Je moet als professional zo’n afwijking gedegen medisch onderbouwen. En dat was niet gebeurd. Wat de arbodienst in deze zaak presteert klopt niet met wat je van een redelijke handelend en bekwaam adviseur mag verwachten. Daarom is de arbodienst tekort geschoten en veegt de rechter ook die uitsluiting van aansprakelijkheid van tafel.

  • Assa! OK.
  • Maar hoe zit het dan met die bedrijfsarts? Die heeft toch een ‘verkeerd’ advies gegeven of dingen nagelaten die hij had moeten doen? Waarom is het dan tóch de arbodienst in plaats van de ingehuurde arts die op de spreekwoordelijke blaren moet zitten? Mag de arbodienst dan niet blind varen op het advies van de bedrijfsarts? De rechter oordeelde dat de casemanager van de arbodienst de regie had over de verzuimbegeleiding.

De casemanager had het overzicht en kon de risico’s inschatten. Hij had moeten opmerken en begrijpen dat de adviezen van de arts afweken van het UWV deskundigenoordeel. Het is daarom zijn taak de bedrijfsarts om opheldering te vragen. Maar dat had hij niet gedaan.

  • Daarom is de arbodienst gewoon aansprakelijk voor die schade.
  • De druiven zijn voor de één of de ander misschien zuur – gelukkig was de arbodienst goed verzekerd.
  • Verzuimprofessionals doen dingen met hun verstand, maar zeker ook met hun hart.
  • En verliezen daarbij – zoals deze zaak illustreert – soms ‘de regeltjes’ uit het oog.

Maar dat van die rol van de casemanager vind ik eigenlijk wel opmerkelijk. De bedrijfsarts geniet terecht een hoge status in ons vakgebied. Zijn woord is wet – en daar leg je je dan bij neer. Maar deze rechter zegt: Het is de casemanager die aan de touwtjes trekt, Wie De Bal Kaatst Kan De Neem contact op met Klaas van der Galiën, directeur Track Software.Bel 024 – 381 6868 of laat uw gegevens achter. : Wie z’n billen brandt

Wie het laatst lacht lacht het best?

Vertalingen – degene die aan het eind het beste uit de strijd komt is de daadwerkelijke winnaar Verberg ▲

  • Afrikaans : wie die laaste lag, lag die lekkerste (af)
  • Bulgaars :, – (bg)
  • Duits : wer zuletzt lacht, lacht am besten (de)
  • Engels : he who laughs last, laughs best (en)
  • Frans : rira bien qui rira le dernier (fr)
  • Italiaans : ride bene chi ride ultimo (it)
  • Pools : ten się śmieje, kto się śmieje ostatni (pl)
  • Russisch : ё, ё (ru)

Waar komt het spreekwoord vandaan?

Van een bonte kraai tot oude koeien – het Nederlands kent honderden spreekwoorden. Wat ze betekenen, weten we meestal wel. Maar waar komen ze eigenlijk vandaan? De vele tegeltjeswijsheden, clichés en waarheden als koeien die de Nederlandse taal rijk is, gaan vaak al honderden of zelfs duizenden jaren mee.

  1. Soms raakt er eentje in de vergetelheid, soms komen er weer nieuwe bij.
  2. Maar of ze onze taal nu al lang sieren of niet, achter al deze spreekwoorden schuilt een verhaal.
  3. Want waarom mogen we een gegeven paard niet in de bek kijken? En wie zegt dat oog om oog, tand om tand is? Tijd om oude én nieuwe koeien uit de sloot te halen.

Achterhaalde spreekwoorden Spreekwijzen vertolken wat in een bepaalde periode als verstandig wordt gezien. Dat maakt dat ze soms beperkt houdbaar zijn. Inmiddels achterhaalde Nederlandse wijsheden als ‘wie de roede spaart, haat zijn kind’ en ‘waar broeken spreken, moeten rokken zwijgen’ worden bijvoorbeeld nauwelijks meer gebruikt.

  • Wat maakt een spreekwoord tot een spreekwoord? ‘Een spreekwoord is niet altijd een waar woord’, is een Nederlandse spreekwijze.
  • En zo is het maar net: spreekwoorden geven uiting aan een bepaalde waarheid of levenswijsheid, maar hoeven het niet per se bij het juiste eind te hebben.
  • Een spreekwoord is een korte, algemeen bekende zin van het volk, die wijsheid, waarheid, moralen en traditionele opvattingen omvat, op een metaforische en gedenkwaardige manier”, verklaart Wolfgang Mieder, professor aan de Universiteit van Vermont.

Mieder is expert op het gebied van de paremiologie, de studie van spreekwoorden en zegswijzen, en schreef talloze boeken en artikelen over dit onderwerp. “Een spreekwoord vervult de menselijke behoefte om ervaringen en observaties samen te vatten in kant-en-klare opmerkingen”, stelt hij.

  1. Anders dan een uitdrukking, zegswijze of gezegde, is zo’n opmerking verpakt in een volledige zin.
  2. Deze zin staat steevast in de tegenwoordige tijd en kan niet van vorm veranderen.
  3. Wereldkennis De meeste tegeltjeswijsheden hebben betrekking op een klein en lokaal deel van het dagelijks leven.
  4. Uit de totale verzameling gangbare spreekwoorden in een taal kun je dan ook niet bepaald een heersende moraal opmaken.

“Er zijn spreekwoorden voor elke denkbare context, en dus zijn ze zo tegenstrijdig als het leven zelf,” aldus Mieder. Zo heeft ‘brutalen hebben de halve wereld’ net zo goed een plekje in ons spreekwoordenboek als ‘met de hoed in de hand komt men door het ganse land’.

  • Toch betekent dat niet dat spreekwoordelijke kennis altijd per plaats verschillend is.
  • Wanneer we spreekwoorden uit allerlei talen en culturen met elkaar vergelijken, blijken ze vaak juist gemeenschappelijke inzichten uit te drukken.
  • Ze kunnen afzonderlijk van elkaar zijn ontstaan, of dezelfde bronnen hebben.

“Net als raadsels, grappen of sprookjes, komen spreekwoorden niet uit de lucht vallen” Een goed begin is het halve werk Maar wie of wat zijn die bronnen dan? “Net als raadsels, grappen of sprookjes, komen spreekwoorden niet uit de lucht vallen,” stelt Mieder.

  1. Volgens hem begint een spreekwoord altijd, bewust of onbewust, bij een zin of uitspraak van één persoon.
  2. Als deze zin elementen van waarheid en wijsheid bevat en voldoet aan andere spreekwoordelijke kenmerken (zoals rijm en alliteratie), blijft hij mogelijk hangen, wordt voor het eerst in een kleine familiekring gebruikt, vervolgens in een dorp, in een stad, een regio, een land, een continent – en vindt ten slotte zijn weg naar de rest van de wereld.

Zeker bij oude wijsheden is het alleen erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om te achterhalen wie een spreekwoord voor het eerst heeft bedacht. Grieks-Romeinse wijsheid
 Hoewel van de meeste spreekwoorden de eigenlijke bedenkers dus onbekend blijven, kunnen we op basis van een tijdsinschatting wel andere bronnen aanwijzen.

Naast plaatselijk ontstane spreuken die deel uitmaken van een lokaal of regionaal repertoire, onderscheidt Mieder vier grote bronnen van spreekwoorden die in identieke bewoordingen in de meeste Europese talen zijn opgenomen. Als eerste noemt hij Latijnse spreuken uit de Klassieke Oudheid, met de kanttekening dat sommige spreuken mogelijk nog veel ouder zijn dan hun eerste gevonden vermelding doet vermoeden.

Veel bekende Europese spreekwoorden werden, voor zover we weten, voor het eerst gebruikt door de Romeinen, maar het Latijn was het medium van talloze Griekse zinnen die daarvoor al bestonden. Mogelijk zijn ze bedacht door onbekende filosofen of zijn het delen van historische verslagen, oude orakels, mythes en fabels. Een gegeven paard hoor je niet in de bek te kijken. Zo dacht men er in de Oudheid al over. Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken. In het Latijn: ‘noli equi dentes inspicere donoti’ (‘de tanden van een gegeven paard moet je niet inspecteren’). Het gebit van een paard laat zien hoe oud het dier ongeveer is.

Handig natuurlijk als je er één wilt kopen, maar niet heel beleefd als je er één krijgt, vonden ze in de Oudheid. Blaffende honden bijten niet. Een bange hond blaft meer dan hij bijt, is de gedachte achter deze wijsheid. Misschien maar beter om ‘m niet echt op waarheid te testen Pluk de dag. In het Latijn: ‘carpe diem’.

Deze spreuk is terug te voeren naar de Romeinse dichter Horatius. Vrij vertaald schreef hij: ‘pluk de dag, maak zo min mogelijk staat op de volgende’. De Nederlandse versie ‘pluk de dag’ is een vertaling van Louis Couperus. Eén zwaluw maakt nog geen zomer.

Dit spreekwoord is ontleend aan de Griekse fabeldichter Aesopus. Het verhaal gaat over een man die de eerste zwaluw ziet, daardoor denkt dat het lente wordt en vervolgens zijn jas verkoopt. Maar de zwaluw maakt hem blij met een dooie mus: het wordt koud, de zwaluw vriest dood en de man wacht bijna hetzelfde lot.

De volgende keer denkt hij dus wel twee keer na Varianten hierop zijn ‘één bonte kraai maakt nog geen winter’, ‘één ooievaar maakt nog geen zomer’ en ‘één spreeuw maakt nog geen lente’. Desiderius Erasmus Erasmus De Rotterdamse geleerde Desiderius Erasmus speelde een grote rol in de verspreiding van wijsheden zoals deze. In zijn werk ‘Adagia’ (1500) verzamelde hij duizenden Grieks-Latijnse spreuken en citaten. “Erasmus is degene die de klassieke Griekse en Latijnse spreekwoorden in alle landstalen van Europa heeft helpen verspreiden,” zegt Mieder.

“Ik zou niet veel van mijn vergelijkend onderzoek kunnen doen zonder zijn bijdrage. Hij was één van de grootste denkers van de zestiende eeuw en had een ongelooflijke invloed.” De collectie van Erasmus werd gebruikt door de humanisten van zijn tijd. De spreekwoorden werden ingezet voor educatieve doeleinden, verwerkt in literatuur en door middel van vertaling in de volkstaal opgenomen.

Waarheden uit de Bijbel De tweede grote bron van Europese spreekwoorden die Mieder herkent, is de oude Latijnse wijsheidsliteratuur die in de Bijbel en andere religieuze teksten werd verwerkt. De Bijbel had, als één van de meest vertaalde en gelezen boeken, een grote invloed op de verspreiding van spreekwoorden. De Bijbel: ook een bron van spreekwoorden. Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in. Je zult zelf slachtoffer worden, wanneer je iemand probeert te bedriegen, aldus verschillende Bijbelteksten. De ‘kuil’ in deze zin kan zowel verwijzen naar een valkuil om grote dieren in te vangen, als naar het gegeven van ‘iemand in de val lokken’.

Wie wind zaait, zal storm oogsten. Leert ons eenzelfde wijze les: als je onrust veroorzaakt, zal je daar zelf de dupe van worden. Oog om oog, tand om tand. Dit spreekwoord stamt uit een fragment uit de Bijbel over vergelding van misdaden: ‘() zult gij geven leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, blaar voor blaar, wond voor wond, striem voor striem’.

De Engelsen hebben er een rijmpje over: ‘measure for measure, tit for tat: if you kill my dog, I’ll kill your cat.’ Da’s klare taal, toch? “Maar,”, zo stelt Mieder, “in de vertolking van Bijbelse wijsheden lag het deels aan de vertaler of een spreuk in de beoogde taal pakkend genoeg werd.” Dat was niet altijd het geval.

Een voorbeeld: in 1616 werd de Latijnse Bijbelspreuk ‘Ex abundantia cordis os loquitur’ (vrij vertaald: ‘vanuit het hart, spreekt de mond overvloedig’) in het Engels weergegeven als: ‘Out of the abundance of the heart the mouth speaketh’. Tsja, dat werd dus geen blijvertje. Middeleeuwse wijsheid De derde bron bestaat volgens Mieder uit de rijke schat aan Latijnse wijsheden uit de Middeleeuwen.

Een greep uit deze spreuken: Je moet het ijzer smeden als het heet is. Bekende varianten zijn: ‘men moet hooien als de zon schijnt’ en ‘je moet zeilen als de wind waait’. Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. In het Middelnederlands uit de veertiende eeuw: ‘alse de catte es van huus, dat dan rincleert de muus’ (‘als de kat van huis is, dan is de muis uitgelaten’).

See also:  Hoe Werkt De Ek Poule?

Ook hier bestaan varianten op: ‘als het hek van de dam is, lopen de varkens in het koren’ of ‘als het hek van de dam is, lopen de schapen de wei uit’. Lege (of: holle) vaten klinken het hardst. Geef je een schop tegen een leeg vat, dan maakt dat veel meer herrie dan wanneer je dat doet tegen een vol vat.

Dit symboliseert de betekenis van dit spreekwoord: domkoppen en leeghoofden hebben veel meer praatjes dan verstandige mensen. De kleren maken de man. Ook in de Middeleeuwen werd je beoordeeld op je uiterlijk, dus deed je er goed aan je netjes te kleden. Ook Benjamin Franklin heeft een spreekwoord op zijn naam staan. Spreekwoordelijk leenstelsel Niet alleen de klassieke, Bijbelse en Middeleeuwse Latijnse spreuken werden in de eigen taal vertolkt. Europese landen ‘leenden’ ook andere spreekwoorden van elkaar, die woord-voor-woord werden vertaald.

  • De vierde, laatste en meer recente grote bron van gemeenschappelijke Europese spreekwoorden die Mieder noemt, sluit aan bij dit fenomeen.
  • Waar het Latijn ooit diende als de overkoepelende taal (‘lingua franca’) van Europa, was die rol vanaf de 20e eeuw voor het Engels weggelegd.
  • Engelse woorden werden en worden vaak geleend door andere talen, in originele vorm of vertaald, en dat geldt ook voor spreekwoorden.

Zo zijn de volgende Anglo-Amerikaanse spreuken ook in het Nederlands spreekwoordenboek te vinden: No news is good news. ‘Geen nieuws, goed nieuws’. Time is money. ‘Tijd is geld’. Deze spreuk werd bedacht door de Amerikaanse wetenschapper en politicus Benjamin Franklin in de 18e eeuw en is wereldwijd bekend.

A picture is worth a thousand words. ‘Één beeld zegt meer dan duizend woorden’. An apple a day keeps the docter away. ‘Een appel per dag houdt de dokter weg’. Beide versies zijn gangbaar in het Nederlands. Lang voor de Tweede Wereldoorlog werden Britse en Amerikaanse wijsheden al ‘leenvertaald’. Na het einde van de oorlog nam dit nog eens flink toe, toen de Verenigde Staten als een grote politieke, economische en culturele speler een nauwere band kreeg met Europa en andere landen.

De Amerikaanse ‘way of life’ drong langzaam door in verschillende samenlevingen. “De Engelse taal werd het communicatiemiddel dat de wereld bindt,” aldus Mieder. De favoriet van Mieder Spreekwoordenexpert Wolfgang Mieder: “Het Amerikaanse spreekwoord ‘different strokes for different folks’ (vrij vertaald: iedereen heeft zijn eigen manier om dingen aan te pakken) is mijn favoriet, omdat het mensen niet zegt wat ze wel of niet moeten doen, zoals zoveel spreekwoorden.

  • Het spreekwoord erkent dat mensen verschillen en dat we tolerant moeten zijn naar elkaar.
  • Het is in die zin een bevrijdende spreuk, maar zoals ik altijd tegen mijn studenten zeg, het betekent niet dat je maar kunt doen en laten wat je wilt.
  • Ethisch gedrag, wederzijds respect en eerlijke behandeling zijn deel van deze vrijheid.
See also:  Hoe Lang Mag Een F1 Wedstrijd Duren?

De spreuk is ontstaan onder de Afro-Amerikaanse bevolking en de eerste vermelding ervan dateert uit 1945.” Herkomst van moderne spreekwoorden Tot zover de geschiedenis van oudere wijsheden. Hoe zit het eigenlijk met nieuwe spreekwoorden? “Elke groep mensen die je maar kunt bedenken – bijvoorbeeld studenten, dokters of voetballers – kunnen eigen spreekwoorden bedenken”, zegt Mieder.

“Dat maakt het soms moeilijk om moderne spreekwoorden te herkennen: er is onderzoek onder verschillende groepen nodig om ze te vinden. Maar ze worden zeker wel gemaakt.” Daarnaast kunnen spreekwoord-achtige leuzen in de tijd van massamedia snel uitgroeien tot volwaardige wijsheden. Mieder: “Zinnen uit boeken en liedjes, advertentieslogans, bumper stickers, boektitels, T-shirt inscripties en headlines kunnen bijvoorbeeld allemaal in spreekwoorden veranderen.” Zoals deze slagzinnen annex spreekwoorden: What happens in Vegas, stays in Vegas.

Deze spreuk werd bedacht als advertentieslogan in 2002 om toeristen naar Las Vegas te trekken. Don’t worry, be happy. Aldus de olijke titel van een popliedje van Bobby McFerrin uit 1988, die ook in Nederland een bekende leus werd. Big brother is watching you.

  • Wie kent ‘m niet, dit citaat uit de roman ‘1984′ van George Orwell? Life is like a box of chocolates, you never know what you’re gonna get.
  • Deze zin werd in Nederland populair door de film ‘Forrest Gump’ uit 1994, net als de spreuk Shit happens,
  • You’ll never walk alone.
  • Dit spreekwoord is ontleend aan het gelijknamige lied van Richard Rogers en Oscar Hammerstein, en werd in Nederland vooral populair door de cover van Lee Towers.

Ook ontstaan moderne spreekwoorden op basis van bewust bedachte persoonlijke wijsheden en uitingen over de beproevingen van het leven, zoals bepaalde lijfspreuken, motto’s en stelregels. Bovendien komt het voor dat bestaande spreekwoorden expres worden aangepast, waardoor de betekenis anders wordt.

  • De aangepaste spreuk kan vervolgens eveneens weer verworden tot een nieuw spreekwoord.
  • En hoewel het niet altijd van belang is wie de geestelijk vader of moeder is van moderne spreekwoorden, kan er meestal wel worden achterhaald wie ze verzonnen heeft en wanneer.
  • Un je zelf een spreekwoord maken? Het zou toch wat zijnje eigen spreuk tussen alle andere wijsheden in het spreekwoordenboek! Zou dat kunnen? Met andere woorden: kun je zelf ook een spreekwoord uitvinden? “Iedereen kan een zin maken die een waarheid bevat en klinkt als een spreekwoord,” stelt Mieder.

“Maar dan ben je er nog niet: de spreuk heeft elementen nodig die er een écht spreekwoord van maken. Hij moet in omloop zijn onder het volk. Mensen moeten hem accepteren en regelmatig herhalen. Zowel verbaal als schriftelijk.” En dat gebeurt niet zo één-twee-drie: “Spreekwoord-achtige leuzen kunnen in de huidige tijd van computers en internet in luttele seconden de wereld over reizen.

Maar blijven ze dan hangen? Als je kijkt naar de creatie van spreekwoorden door de eeuwen heen, kun je zien dat het mogelijk tientallen jaren of zelfs eeuwen duurt voordat een spreuk de status van een spreekwoord heeft bereikt.” Zelf heeft Mieder in ieder geval nog geen bewust bedachte spreekwoorden op zijn naam staan.

“Maar wie weet, misschien blijft een van de kleine aforismen die ik altijd aan mijn studenten vertel wel hangen!” Het is volgens hem dan ook niet onmogelijk om zelf een spreekwoord uit te vinden: “Als de zin een algemeen belang bevat en goed geformuleerd is, zou deze met een beetje geluk geaccepteerd kunnen worden door andere mensen.” Tijd dus om een poging te wagen. Dit door Marloes Zandbergen bedachte spreekwoord is toch een blijvertje? Zal deze het spreekwoordenboek halen? Zeg nooit nooit. De tijd zal het leren! Marloes Zandbergen (1991) studeerde Culturele Antropologie en Journalistiek aan Universiteit Leiden en is altijd nieuwsgierig naar mensen, verhalen en achtergronden.

Wat betekent het spreekwoord iemand voor het lapje houden?

Voor het lapje houden – Iemand voor het lapje houden betekent ook ‘iemand voor de gek houden’. Volgens betekent lap hier ‘sukkel, onnozele hals’. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek zet hier vraagtekens bij, omdat lapje in deze betekenis niet in het Nederlands voorkwam (wel in Duitse dialecten).

  1. Een lap (zoals we nog kennen in dronkelap ) kon wel op een manspersoon slaan, maar lapje niet.
  2. Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek ligt de herkomst van iemand voor het lapje houden misschien heel ergens anders: als een stier een koe wilde dekken terwijl dat niet mocht of kon, kreeg hij een lapje voorgebonden.

Met dat lapje werd de stier dus voor de gek gehouden.

Wat betekent de uitdrukkingen uit zijn slof schieten?

Wat betekent uit je slof schieten en waar komt deze uitdrukking vandaan? Uit je slof schieten betekent ‘totaal onverwacht iets bijzonders doen’, ‘plotseling boos of driftig worden’ en ook wel ‘ineens een royaal gebaar maken’ en ‘een bijzonder rake opmerking maken’.

  • Slof betekent hier ‘het sloffen’, waarmee ‘getreuzel, loomheid, traagheid, onverschilligheid’ is bedoeld.
  • Oorspronkelijk werd uit je slof schieten gebruikt in de betekenis ‘niet langer nalatig zijn, de zaken eindelijk gaan aanpakken’.
  • Gaandeweg verschoof de betekenis naar ‘meer doen of meer zeggen dan men van je gewend is’.

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) geeft het volgende citaat van P.C. Hooft: “Maar sint het verooveren van Dietenhove sloegh de slof in ‘s vyands bedryf,” Kennelijk kon de slof vroeger ook ergens ín slaan, wat betekende dat er een einde kwam aan de voortvarendheid.

Andere uitdrukkingen met slof : ‘ t blijft in het/de slof (‘de betrokkenen werken het niet af’, ‘men komt niet tot een beslissing’) en de slof zit erin (‘de mensen zijn nalatig’). We kunnen de zaken ook laten versloffen (‘verwaarlozen’). Slof kwam al in de zestiende eeuw voor in de betekenis ‘nalatig’.

Er waren ook verschillende scheldwoorden met slof in gebruik: sloffaert (‘een gemakzuchtig persoon’), slofkoker (‘slons, iemand die de boel verwaarloost’) en sloftoffel (‘slome vrouw’). : Wat betekent uit je slof schieten en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Waar komt het spreekwoord in de war zijn vandaan?

Herkomst van ‘in de war zijn’ – Maar waar komt de uitdrukking precies vandaan? Interessant is dat er een taalkundige connectie is met het Engelse woord war (oorlog). Beide woorden zijn ontleend aan het Germaanse woord werra, Deze term had aanvankelijk de betekenis ‘onrust’, maar later veranderde dit in ‘strijd’.

De Germanen gebruikten ook werran of werren als werkwoord. Dit betekende dan: onrust stoken, chaos veroorzaken, verwarring stichten. Er zijn taalkundigen die vermoeden dat het genoemde Germaanse woord ook ten grondslag ligt aan het fenomeen worst (een begrip dat al in 1240 in het Nederlandse taalgebied voorkwam).

Omdat in worst door elkaar gemixt vlees, lees: ‘verward’ vlees, zit. Deze connectie is echter zeer onwaarschijnlijk. In het Nederlands kreeg ‘werra’ de eerste betekenis: onrustig zijn, verward zijn, even van de kaart zijn. Het Engels nam de betekenis ‘strijd’, ‘oorlog’ over.