Luxembourg

Basketball Academy

Hoe Lang Duurt Een Handbal Wedstrijd?

Hoe Lang Duurt Een Handbal Wedstrijd
2. Speeltijd – Een handbalwedstrijd bestaat gewoonlijk uit twee speelhelften van 30 minuten. Bij de jeugd kiest men deels ook voor kortere speeltijden. Wanneer er bij bepaalde wedstrijden sowieso een winner uit de bus moet komen (bijvoorbeeld bekerwedstrijden) en het na 60 minuten nog steeds gelijkspel is, vinden er twee verlengingen van steeds 5 minuten plaats.

Hoe lang duurt een handbalwedstrijd vrouwen?

Speeltijden. Een senioren- en A-jeugd-wedstrijd duurt 2 × 30 minuten met een pauze van 10 of 15 minuten. Een B-jeugd- en C-jeugd wedstrijd duurt 2 x 25 minuten. De D- en de E-jeugd spelen 2 × 20 minuten en een F-jeugd-wedstrijd duurt 2 × 15 minuten.

Hoeveel minuten speelt de D handbal?

ZAAL- EN VELDHANDBAL De meest gespeelde vorm van handbal is Zaalhandbal, dit wordt zoals het woord al zegt binnen in een sporthal gespeeld. Veldhandbal is een handbalvorm wat buiten wordt gespeeld op asfalt, gras of kunstgras. Hieronder staan de basisregels van zaal- en veldhandbal.

  • De exacte handbalregels zijn te vinden op de website van het NHV ” Spelregels zaal- en veldhandbal NHV “.
  • De spelers Een handbalteam bestaat uit zeven spelers; zes veldspelers en één keeper, met uitzondering van de F-jeugd (hierbij zijn er maar vijf veldspelers).
  • Daarnaast mogen er vijf wisselspelers op de reservebank plaatsnemen bij deze snelle en beweeglijke sport mag onbeperkt gewisseld worden.

De verschillende competities zijn als volgt naar leeftijd ingedeeld: kabouters: 5-6 jaar F-jeugd(mini’s): 7-8 jaar Spelregels F-jeugd E-jeugd 9-10 jaar, Spelregels E-jeugd D- jeugd: 11-12 jaar, Spelregels D-jeugd C- jeugd: 13-14 jaar, B- jeugd: 15-16 jaar, A- jeugd: 17-18 jaar en Senioren: 19 jaar en ouder.

Doelpunten In een handbalwedstrijd wordt erg vaak gescoord. Het maken van 20 á 30 doelpunten per wedstrijd is geen uitzondering. En het fantastische van handbal is bovendien, dat alle veldspelers mee in de aanval gaan en dus ook allemaal een doelpunt kunnen maken! Het veld Handbal wordt binnen in een sporthal of buiten op een sportpark gespeeld op een speelveld van 40 meter lang en 20 meter breed.

Dit veld bestaat ui twee speelhelften met aan beide kanten een doel. Bij elk doel is een halve cirkel waar alleen de keeper in mag komen. De bedoeling van het spel is meer doelpunten te score dan de tegenstander. Speelveld F-jeugd is: 20 meter lang en 12 meter tot 16 meter breed.

Het doel is 1,60 hoog en 2 meter breed. De cirkel is 5 meter vanuit het midden van het doel. De speeltijd De duur van een wedstrijd is zowel voor de Senioren,de A- jeugd en de landelijke B jeugd 2 x 30 minuten. De B- en C-jeugd speelt 2 x 25 minuten. De D-, E- en F- jeugd spelen een wedstrijd van 2 x 20 minuten.

Toernooien Naast de competitie worden er verschillende toernooien door heel Nederland georganiseerd voor elke leeftijdsgroep. Voor precieze plaats, datum en tijd kun je het beste de toernooikalender in de gaten houden. BEACH HANDBALL Beach Handball is een snelle, zomerse handbalvorm die wordt gespeeld op een zandondergrond.

Beach Handball is geschikt voor alle leeftijden en alle niveaus! Er wordt gespeeld met een rubberen bal, met voor iedere doelgroep een andere grootte. Hieronder staan de belangrijkste spelregels van Beach Handball. Beach Handbal is snel, spannend en spectaculair en echt iets voor de sporter die in de zomerzon, op een beach veld, met een handbal technisch wil excelleren.

De spelers Beach Handball wordt gespeeld met 3 veldspelers en 1 doelverdediger. Een team kan bestaan uit meisjes/dames, jongens/heren of gemengd. Er mogen maximaal 4 wisselspelers aan de zijkant staan. Doelpunten Het groot verschil met het reguliere (zaal-/veld)handbal is de puntentelling.

Deze maakt het spel nog spectaculairder want bij een gewoon doelpunt scoort men 1 punt. Bij een spectaculaire doelpunt (bijvoorbeeld een ‘vliegertje’, pirouette, 6m.-worp of doelpunt van de doelverdediger) scoort men 2 punten. De speeltijd Een Beach Handball-wedstrijd duurt 2 x 10 minuten, met daartussen 5 minuten rust.

Elke helft heeft een winnaar nodig. In Beach Handball spreekt men niet van een helft maar van een set. Het team dat twee sets heeft gewonnen, is de winnaar van de wedstrijd. Wanneer elk team één set heeft gewonnen staat de stand gelijk. Dan wordt er gebruik gemaakt van een SHOOT- OUT.

Beide teams spelen met 5 spelers) om-en-om individueel een ‘break-out’ tegen de doelverdediger. Flyer NHV Beach Handbal STREET HANDBALL Street Handball kan zowel binnen als buiten gespeeld worden op een zelf uitgezet veldje van minimaal 10 x 15 meter. De lastige elementen van het traditionele handbal zijn in dit spel weggelaten.

De spelers hoeven geen handbalervaring of technische vaardigheden te hebben en lichaamsgrootte maakt ook geen verschil. Street Handball wordt ook met een speciale zachte bal gespeeld omdat die makkelijker te controleren is. Verder is Street Handball vooral gericht op “Fair Play” en er hoeft tijdens het spel dus geen scheidsrechter aanwezig te zijn.

  • De spelers regelen alles zelf tijdens de wedstrijden! De belangrijkste spelregels zijn: * FAIR PLAY! * Er mag geen fysiek contact gemaakt worden.
  • Er mag niet gedribbeld worden.
  • Er mogen niet meer dan 3 stappen met de bal gemaakt worden.
  • De keeper is een extra veldspeler tijdens de aanval (overtalsituatie).

* Geen scheidsrechter, elke beslissing wordt gemaakt door de spelers onderling. * Er wordt op een helft gespeeld met het “recht van aanval”.

Hoe lang is de rust bij handbal?

2:1 De normale speeltijd voor alle teams met spelers van 16 jaar en ouder bedraagt 2 x 30 minuten. De pauze bedraagt 10 minuten. De normale speeltijd voor jeugdteams van 8-12 jaar bedraagt 2 x 20 minuten. De speeltijd voor de categorie 12-16 jaar bedraagt 2 x 25 minuten; in beide gevallen is de pauze 10 minuten.

Wat is de 7 meter lijn bij handbal?

Het speelveld Het speeloppervlak is een rechthoek van 40 meter lang en 20 meter breed en omvat een speelveld en twee doelgebieden. De lengtelijnen worden zijlijnen genoemd; de breedtelijnen heten achterlijnen en die tussen de doelpalen doellijnen. Er moet een veiligheidszone langs het speeloppervlak zijn van minstens 1 meter naast de zijlijn en 2 meter achter de achterlijn.

In het midden van beide achterlijnen staat een doel. De doelen moeten vast verankerd zijn aan de grond of aan de muur en hebben een opening van 2 m hoog en 3 m breed. De palen van het doel zijn door een dwarslat vast met elkaar verbonden. De achterzijde van de palen moet samenvallen met de achterzijde van de doellijn.

Doelpalen en dwarslat moeten vierkant zijn (8 cm). Aan de drie vanuit het speelveld zichtbare zijden moeten zij geverfd zijn in twee contrasterende kleuren, die ook duidelijk tegen de achtergrond afsteken. Elk doel moet voorzien zijn van een net. Dit moet zodanig zijn bevestigd, dat een in het doel geworpen bal normaliter in het doel blijft liggen.

  • Alle lijnen op het speelveld zijn integraal onderdeel van het vlak dat zij begrenzen.
  • De doellijnen tussen de doelpalen zijn 8 cm breed, alle andere lijnen zijn 5 cm breed.
  • Twee naast elkaar gelegen vlakken kunnen in plaats van door lijnen ook door kleurverschil van elkaar gescheiden worden.
  • Voor elk doel bevindt zich het doelgebied.

Het doelgebied wordt door de doelgebiedlijn (6-meterlijn) als volgt begrensd:

Voor het doel wordt op een afstand van 6 m, evenwijdig aan de doellijn een 3 meter lange lijn getrokken (gemeten van de achterkant van de doellijn tot de voorkant van de doelgebiedlijn); Twee kwart cirkels van 6 meter straal (gemeten vanaf de binnenkant aan de achterkant van de doelpaal) verbinden de 3 meter lange lijn met de doellijn. De vrijeworplijn (9-meterlijn) wordt op een afstand van 3 meter evenwijdig aan de doelgebiedlijn getrokken. De strepen van de vrijeworplijn en die van de tussenruimtes meten 15 cm. De 7-meterlijn is een één meter lange lijn voor het doel. Hij loopt evenwijdig aan de doellijn en wordt getrokken op een afstand van 7 m, gemeten vanaf de achterzijde van de doellijn tot aan de voorkant van de 7-meterlijn. De doelverdedigersgrenslijn ( 4-meterlijn) is een 15 cm lange lijn voor het doel. Hij loopt evenwijdig aan de doellijn en wordt getrokken op een afstand van 4 meter, gemeten vanaf de achterzijde van de doellijn tot aan de voorzijde van de 4-meterlijn. De middenlijn verbindt de middenpunten van de beide zijlijnen met elkaar. De speeltijd De normale speeltijd voor alle teams met spelers van 16 jaar en ouder bedraagt 2 x 30 minuten. De pauze is normaal 10 minuten. De speeltijd begint met het fluitsignaal voor de beginworp van de scheidsrechter en eindigt bij het automatische eindsignaal van de elektronische klok of het eindsignaal van de tijdwaarnemer. Klinkt één van deze signalen niet, dan fluit de scheidsrechter om aan te geven dat de speeltijd voorbij is. Speelmateriaal De bal heeft een omhulsel van leer of kunststof. De bal moet rond zijn. Het buitenmateriaal van de bal mag niet glanzend of glad zijn. Alle veldspelers van een team dienen gelijke speelkleding te dragen. De combinatie van kleur en ontwerp van de kleding van beide teams moet zodanig zijn, dat de teams duidelijk te onderscheiden zijn. Alle spelers, van een team, die de positie van doelverdediger innemen moeten een shirt dragen van dezelfde kleur. De kleur dient duidelijk af te steken tegen de kleuren van beide teams en van de doelverdediger(s) van het andere team. De spelers zijn verplicht om sportschoenen te dragen. Het team Een team bestaat uit maximaal 14 spelers. Op het speeloppervlak mogen zich gelijktijdig ten hoogste 7 spelers bevinden. De overige spelers zijn wisselspelers. Gedurende de gehele wedstrijd moet één speler van het team zich als doelverdediger op het speeloppervlak bevinden. Een speler die als doelverdediger is aangewezen, mag te allen tijde de plaats als veldspeler innemen, zoals een veldspeler ook te allen tijde de plaats van doelverdediger mag innemen. Wisselspelers mogen gedurende de wedstrijd op elk moment en herhaald, zonder melding aan de secretaris / tijdwaarnemer, worden ingezet, indien de te vervangen spelers het speelveld hebben verlaten. Het verlaten en betreden van het speelveld mag alleen via de eigen wissellijn plaatsvinden. Dit geldt ook voor het wisselen van de doelverdediger. De regels met betrekking tot het wisselen zijn ook bij een time-out van toepassing. Het doelgebied Het doelgebied mag alleen door de doelverdediger worden betreden. Het doelgebied, inclusief de doelgebiedlijn, is betreden zodra het door een veldspeler met een deel van het lichaam wordt aangeraakt. Bij het betreden van het doelgebied door een veldspeler moet als volgt worden beslist:

uitworp, indien een veldspeler van het aanvallende team met de bal het doelgebied betreedt, of zonder bal het doelgebied betreedt en hieruit voordeel behaalt; vrije worp, indien een veldspeler van het verdedigende team het doelgebied betreedt en hieruit voordeel behaalt, echter zonder hierbij een doelkans te verhinderen; 7-meterworp, indien een veldspeler van het verdedigende team het doelgebied betreedt en hierdoor een vrije doelkans verhindert. Voor een juiste toepassing van het begrip van deze regel moet er duidelijk sprake zijn van het stappen in het doelgebied en niet van het raken van het doelgebied.

Het spelen van de bal Het is toegestaan:

de bal met gebruikmaking van handen (open of gesloten), armen, hoofd, bovenbeen en knieën, te werpen, te vangen, te stoppen, te stoten of te slaan; de bal maximaal 3 seconden vast te houden, ook wanneer deze op de grond ligt met de vastgehouden bal hoogstens 3 passen te maken; Een doelpunt Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de gehele doellijn in volle omvang is gepasseerd, mits er voor of tijdens de worp door de werper een medespeler of teamofficial geen overtredingen zijn gemaakt. De doelscheidsrechter bevestigt door middel van twee korte fluitsignalen en gebaar 12, dat een doelpunt is gemaakt. Gaat de bal het doel in, ondanks dat een speler van het verdedigende team een overtreding heeft gemaakt, dan moet het doelpunt worden toegekend. Heeft een scheidsrechter, tijdwaarnemer of waarnemer het spel onderbroken voordat de bal in volle omvang de doellijn is gepasseerd, dan mag geen doelpunt worden toegekend. Gooit een speler de bal in het eigen doel, dan leidt dit tot een doelpunt voor de tegenpartij, met uitzondering van de doelverdediger die een uitworp uitvoert De 7-meterworp Een 7-meterworp wordt toegekend bij:

het onreglementair verhinderen van een vrije doelkans op het gehele speeloppervlak door een speler of teamofficial van de tegenpartij; een onreglementair fluitsignaal op het moment van een vrije doelkans; het verhinderen van een vrije doelkans door het ingrijpen van iemand die niet aan de wedstrijd deelneemt, bijvoorbeeld een toeschouwer die het speelveld betreedt of doormiddel van een fluitsignaal de spelers stopt. De 7-meterworp moet na een fluitsignaal van de scheidsrechter binnen 3 seconden als schot op het doel worden uitgevoerd. De speler die de 7-meterworp gaat nemen moet zich opstellen achter de 7-meterlijn, niet verder dan 1 meter achter de lijn. Na het fluitsignaal van de scheidsrechter mag de werper de 7- meterlijn niet aanraken of overschrijden, voordat de bal zijn hand heeft verlaten. Na de uitvoering van de 7-meterworp mag de bal door de werper of door een van zijn medespelers pas dan weer worden gespeeld, wanneer deze een tegenstander of het doel heeft geraakt. Bij de uitvoering van een 7-meterworp moeten de medespelers van de werper zich opstellen buiten de vrijeworplijn en daar blijven, totdat de bal de hand van de werper heeft verlaten. Indien zij dit niet doen, moet een vrije worp gegeven worden tegen het team dat de 7-meterworp uitvoert. Straffen Waarschuwing Een waarschuwing is de juiste straf bij:

overtredingen, die progressief bestraft moeten worden. onsportief gedrag, dat progressief bestraft moet worden. Uitsluiting Een uitsluiting (2-minuten) is de juiste straf:

bij een foute wissel, bij het betreden van het speelveld door een extra speler of bij het ingrijpen in het spel door een speler vanaf de wisselzone. bij onsportief gedrag van een speler en overtredingen waarbij de actie uitsluitend op het lichaam van de tegenspeler is gericht. voor het geval dat de speler en/of het team al het maximale aantal waarschuwingen heeft gehad. Diskwalificatie Een diskwalificatie is de juiste straf bij:

Een speler die een opponent zodanig aanvalt, dat daarmee zijn gezondheid in gevaar brengt, dient te worden gediskwalificeerd. zeer onsportief gedrag door een speler of teamofficial op of buiten het speelveld.

Hoelang duurt 1 handbal helft?

2. Speeltijd – Een handbalwedstrijd bestaat gewoonlijk uit twee speelhelften van 30 minuten. Bij de jeugd kiest men deels ook voor kortere speeltijden. Wanneer er bij bepaalde wedstrijden sowieso een winner uit de bus moet komen (bijvoorbeeld bekerwedstrijden) en het na 60 minuten nog steeds gelijkspel is, vinden er twee verlengingen van steeds 5 minuten plaats.

See also:  Waarom Doet Turkije Mee Aan Ek?

Welke leeftijd handbal?

Handbal algemeen

Leeftijdscategorieën Leeftijden Geboortejaren 2022-2023
D-jeugd (gemengd) 11 en 12 jaar geboren in 2010 en 2011
E-jeugd (gemengd) 9 en 10 jaar geboren in 2012 en 2013
F-jeugd (gemengd) 5, 6, 7 en 8 jaar geboren in 2014, 2015, 2016 en 2017
Superballers (kleutersport) 3, 4 en 5 jaar geboren in 2017, 2018 en 2019

Hoe hard is een handbal?

Dan nog wat trivia –

Het moderne veldhandbal is in Duitsland ontstaan, eerst op het veld en later werd het ook in de zaal gespeeld. Maar een spel waarbij de bal met de hand wordt gespeeld, bestond al bij de oude Grieken. Zaalhandbal is sinds 1972 een Olympische sport. Noorwegen is de jongste Olympisch Kampioen en de tegenstander van Nederland in de finale. Spelers kunnen wel met 100 km/u de bal gooien.

NL vanmiddag in WK finale handbal: handige weetjes : NL vanmiddag in WK finale handbal: handige weetjes

Waarom hars handbal?

Het plakkerige goedje Al decennia lang wordt er binnen het handbal over gediscussieerd; harsgebruik! Is het goed of fout? Op welke niveaus wel en op welke niveaus niet? Is het spelen met of zonder hars in een bepaalde klasse of divisie competitievervalsing? Ga zo maar door.

Twee van onze columnisten, Jorick en Thijs, zullen deze week hun licht laten schijnen over dit beladen onderwerp. Jorick, een groot voorstander van het gebruik van hars, doet vandaag de aftrap. Handbal en het gebruik van hars. Voor velen zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Volgens wederom velen kun je niet handballen als je per se hars nodig hebt om een bal te gooien.

“In tegenstelling tot wat veel mensen denken wordt harsgebruik door het NHV eerder gestimuleerd dan ontmoedigt.” In tegenstelling tot wat veel mensen denken wordt harsgebruik door het NHV eerder gestimuleerd dan ontmoedigt. Volgens de reglementen is het gebruiken van hars verplicht vanaf de eredivisie.

  • Teams die onder de eredivisie spelen mogen zelf beslissen of zij met of zonder hars spelen.
  • Het mag duidelijk zijn; ik ben een groot voorstander van het gebruik van hars en de argumenten tegen het gebruik van hars zijn bij mij bekend.
  • Veel gemeentes verbieden het gebruik van hars omdat een sporthal altijd meerdere huurders heeft en harsgebruik daarnaast hoge schoonmaakkosten met zich meebrengt.

De meeste zaalbeheerders walgen dan ook van hars. Dat heeft niet altijd te maken met het feit dat de vloer vies wordt maar eveneens de deurklinken en alles wat je verder in de sporthal met je handen aan kan raken. Echter wil ik even van het positieve uitgaan.

We gaan uit van een wereld waarin we allemaal met hars kunnen spelen op representatief niveau zonder argumenten als ‘echte handballers kunnen ook zonder hars’ of ‘voor verdedigen heb je geen hars nodig’. ‘Hars zorgt ervoor dat handballers meer met een bal kunnen. Dat komt het niveau ten goede.’ Dat laatste klopt trouwens wel.

Zonder hars kan je gewoon verdedigen. Hars voegt daar niks toe aan het spelletje. In de aanval voegt hars daarentegen wel degelijk iets toe aan het spelletje. De handelingssnelheid gaat omhoog omdat je niet een halfuur bezig bent met de bal te controleren.

  1. Je kan nou eenmaal beter richten met wat plak aan je handen.
  2. En dan heb ik het nog niet eens over draaiballen, vangen met één hand of vliegers.
  3. Je weet wel, de acties die handbal soms wat extra spektakel geven.
  4. De acties waarvoor mensen naar de sporthal komen.
  5. Hars zorgt ervoor dat handballers meer met een bal kunnen.

Dat komt het niveau ten goede. Daarom is het vanaf de eredivisie ook verplicht om met hars te spelen. Het niveau gaat omhoog mede door het gebruik van hars. Wat mij betreft zou harsgebruik ook verplicht moeten zijn in de eerste divisie. Daar beginnen toch een hoop (jonge) jongens en meiden te investeren in zichzelf en het geeft bijzonder veel frustratie als zij geregeld zonder hars moeten spelen.

Waar naar mijn mening het grootste probleem zit is dat teams die met hars spelen het met enige regelmaat moeten opnemen tegen teams die dat niet doen en andersom. Wie is er dan in het voordeel? Teams die hars-vrije ballen gewend zijn gooien alle ballen met hars op de enkels en de teams die met hars spelen gooien alle ballen zonder hars tegen het plafond.

Het woord competitievervalsing wil ik liever niet in de mond nemen maar het is vaak toch erg opvallend dat harsloze teams in bijvoorbeeld de eerste divisie de meeste punten verzamelen tijdens hun thuiswedstrijden. Daar krijg je ook de meest belachelijke uitslagen van, Uitslagen als 17-15 bij een senioren wedstrijd.

  • Toevallig zonder hars.
  • In de beker zal er vanaf de regiofinales verplicht met hars gespeeld moeten worden” Voor bekerwedstrijden zie ik een eenvoudige oplossing.
  • Zo zou er vanaf bijvoorbeeld regiofinales verplicht met hars moeten worden gespeeld.
  • Vanaf die ronde kan er dan wellicht uitgeweken worden naar een andere hal waar wél hars is toegestaan.

Het mag naar mijn mening niet zo zijn dat een ploeg die op hoog niveau speelt zou verliezen omdat er met een hars-loze bal wordt gespeeld. Dat gaat simpelweg teveel ten koste van de kwaliteit tijdens het bekertoernooi. En natuurlijk is het leuk voor een laag geklasseerd team als ze ver komen in de beker.

Maar mag dit ten koste gaan van alles? ‘Als er twee teams zijn waarbij de een wel hars gebruikt en de ander niet krijg je wat mij betreft geen verrassende maar rare uitslagen.’ Als een team uit de eredivisie in de beker verliest van een harsloze tegenstander hebben we het over ‘de charme van de beker’.

Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Of eigenlijk ben ik het daar helemaal niet mee eens. Zo’n wedstrijd wordt zwaar beïnvloed door het niet kunnen spelen met hars. Zo zijn er ook dit jaar weer genoeg voorbeelden van eerste- en eredivisieploegen die het onderspit moeten delven tegen een team dat twee of zelfs drie niveaus lager speelt.

Het draait bij handbal, volgens mij, om de bal. Ook de lager spelende teams zouden profijt kunnen hebben van het spelen met hars. Als er twee teams zijn waarbij de een wel hars gebruikt en de ander niet krijg je wat mij betreft namelijk geen verrassende maar rare uitslagen. Het is een van de problemen in handballend Nederland waar we in het buitenland om worden uitgelachen.

Zie je het al voor je? OCI-LIONS dat in de Europacup de thuiswedstrijden zonder hars zou gaan spelen omdat dat extra ‘’voordeel” oplevert. Het is inmiddels wel duidelijk; hars zorgt ervoor dat de kwaliteit omhoog gaat, en als dat niet zo was werd het in het mondiale tophandbal niet gebruikt.

Wat is een blauwe kaart bij handbal?

UPDATE: Nieuwe handbalregels voor Dummies 1. BLAUWE KAART : Wanneer je deze ziet verschijnen, geven de scheidsrechters aan dat er zeker een VERSLAG zal opgemaakt worden over de speler die net een rechtstreekse rode kaart (diskwalificatie) heeft gekregen (bv. spelbederf, gewelddaad, belediging), De automatische schorsing (DRA) voor bijvoorbeeld spelbederf in de laatste minuut bij een spannende tussenstand bestaat NIET meer.2. LAATSTE 30 SECONDEN : In plaats van deze DRA is er een nieuwe richtlijn, die enkel geldt in de laatste 30 seconden van de speeltijd, al dan niet in de 2e periode van een verlenging. We gaan hieronder uit van een fictief opbouwend voorbeeld, waarvoor deze regel het meest in gebruik is genomen (andere situaties zijn mogelijk, de stand is geen criterium meer). Zwanzegem (Z) maakt 8 seconden voor tijd gelijk (25-25) tegen Bocholt. Roel (Bocholt) staat op de middenstip te wachten om op te zetten en Damian staat op dat moment alleen aan de linkerkant aan de middellijn. a) De speler Z9 van Zwanzegem slaat de bal voor Roel zijn handen weg: -> Rode (en géén blauwe) kaart voor Z9 en STRAFWORP voor Bocholt b) Roel vangt de bal op de middenstip, er wordt gefloten en voor hij kan passen, trekt Z3 langs achter aan de arm van Roel: Rode en blauwe kaart voor Z3 (gevaarlijke overtreding) en STRAFWORP voor Bocholt c) Roel vangt de bal op de middenstip, er wordt gefloten en hij wil passen naar de intussen vrijgelopen Damian. Maar zijn pas wordt op 2 meter afstand van de middenstip geblokt door speler Z9: Tijdstraf voor Z9 wegens niet respecteren van 3 meter afstand bij beginworp en vrije worp ergens aan de middellijn (Roel had ook iets anders met de bal kunnen doen) is hier de redenering en dus geen strafworp.

  • d) Roel past na fluitsignaal vanop de middenstip naar Damian maar verzorger ZZ van Zwanzegem onderschept deze pas op het veld of nog: speler Z8 maakt opzettelijk wisselfout om het spel te onderbreken: Rode én blauwe kaart voor ZZ/Z8 en STRAFWORP voor Bocholt
  • e) Damian kan op pas van Roel alleen op doel afgaan maar wordt hard langs achter geduwd door speler Z13 en verliest zo de bal: Rode en blauwe kaart voor Z13 (wegens gevaarlijke overtreding) en STRAFWORP voor Bocholt
  • f) Damian valt na de duw maar krijgt de bal nog tot bij Bartosz, die ook alleen voor doel staat:
  • Bartosz scoort: doelpunt Bocholt (voordeel). Z13 krijgt rode en blauwe kaart
  • Bartosz scoort niet: ondanks het voordeel: STRAFWORP voor Bocholt. Rode en blauwe kaart voor Z13
  • Bartosz past nog naar Andreas: scheidsrechters moeten onmiddellijk het spel onderbreken (mogen dus geen verder voordeel laten), STRAFWORP voor Bocholt. Rode en blauwe kaart voor Z13

3. KEEPER ALS VELDSPELER : De oude regeling blijft van kracht: keeper wisselt met speler, die vestje in de juiste kleur over shirt draagt en mee in aanval gaat maar ook als keeper mag spelen (‘vliegende keeper’). Bijkomende mogelijkheid: de keeper wisselt voor een veldspeler zonder vestje. MAAR:

  1. Zonder vestje mag geen enkele veldspeler de cirkel in nadat zijn/haar team de bal verloren heeft, de cirkel in. Doet hij/zij dit toch, met de bedoeling er voordeel uit te halen (bvb een bal te onderscheppen of een doelpunt te verhinderen), komt er bestraffing van de speler
  2. Wordt door het betreden van de cirkel een open doelkans/doelpunt verhinderd, komt er naast de bestraffing ook een strafworp voor de andere ploeg met een keeper in de goal natuurlijk.
  3. Wanneer er bij dergelijk frequent wisselen keeper-veldspeler een wisselfout begaan wordt en het niet duidelijk is wie de wisselfout gemaakt heeft, dan kan nu ook de keeper op het veld als schuldige aangewezen worden.
  4. Voor een uitworp (‘keeperbal’) moet er terug een (vliegende) keeper het veld op. Time-out is hierbij niet verplicht
  5. UITZONDERING: normaal mag bij een nog uit te voeren worp na het eindsignaal niemand van het verdedigende team meer wisselen. Speelt het verdedigende team op dat ogenblik met 7 veldspelers, dan mag een veldspeler wel voor een (vliegende) keeper gewisseld worden

4. PASSIEF SPEL : Hier komt er een EXTRA criterium bij: na het tonen van het waarschuwingsteken voor passief spel, krijgt het aanvallende team een MAXIMUM van 6 passen om tot een shot op doel te komen.

  1. Een pas is wanneer speler A1 de bal past en zijn ploegmaat A2 hem ZONDER onderbreking kan vangen.
    • Onderbrekingen zijn bv. een onderschepping van een verdediger tot over de zijlijn, een hoekworp, een blok of een vrijworp omdat er een fout op A1 gebeurde waardoor de bal niet goed bij A2 terecht kwam
  2. Een inworp aan de zijlijn, een hoekworp en een vrijworp tellen ook als pas
  3. Komt er na deze maximum toegelaten 6e pas geen shot, al dan niet na dribbel of 3 stappen, wordt de aanval afgefloten
  4. Gebeurt op deze shotter na 6 passen een fout of gaat de bal na het blok over de zijlijn of de achterlijn, wordt een bijkomende pas (in dit geval vrijworp, hoekworp, inworp) toegestaan vooraleer een shot moet komen (deze worp moet dus niet rechtstreeks op doel)
  5. BELANGRIJK: de oude regels blijven gelden!
    • Zet de aanvallende ploeg geen duidelijke acties naar goal in, kan er ook na bv.3 passen al afgefloten worden
    • Passief spel vervalt als de bal terug bij de aanvallende ploeg komt NADAT de bal doelman of doel geraakt heeft OF als er een bestraffing van de verdedigende ploeg gebeurt.

5. GEKWETSTE SPELER (voorlopig enkel BENE-League) : Deze regel is er gekomen om onnodig tijdverlies te voorkomen, maar zeker ook om geveinsde blessures tegen te gaan die dienen om het eigen team te bevoordelen of het ander team duidelijk te benadelen.

  1. De scheidsrechters maken het gebaar naar de bank dat er verzorging moet komen.
    • De verzorger/coach/dokter/etc. is VERPLICHT om het veld op te komen en verzorging te bieden.
    • Wordt dit geweigerd, volgt er een bestraffing van de official.
  2. De verzorgde speler MOET het veld verlaten en kan pas na 3 aanvallen van zijn eigen team terug het veld opkomen.
    • ​Een andere speler mag in plaats het veld op.
    • Een aanval telt vanaf het moment het balbezit duidelijk voor zijn team is (ook als de aanval verder gaat),
    • Indien hij eerder het veld opkomt: wisselfout en dus tijdstraf
    • Indien hij weigert het veld te verlaten: tijdstraf
    • Als de gekwetste speler zelf een tijdstraf krijgt (bv. gekwetste verdediger, naduwen door gekwetste aanvaller) mag hij na de tijdstraf gewoon het veld op; dan telt de regel van 3 aanvallen niet
    • De regel van 3 aanvallen vervalt ook bij het begin van een volgende speelhelft/verlenging en ook bij eventuele strafworpen na verlengingen.
    • UITZONDERINGEN:
      • De blessure is het gevolg van een fout door de tegenstander die hiervoor bestraft is.
      • Wanneer de doelman een bal op zijn hoofd krijgt binnen zijn doelgebied; dus niet erbuiten en ook niet wanneer hij omwille van zijn eigen acties geblesseerd geraakt.

Bij een blessure die minder ernstig is, kan op een geschikt moment nog altijd een time-out gegeven worden. Indien de speler behandeling naast het veld kan krijgen of toch gewoon verder kan, hoeven alle bovenstaande procedures ook niet toegepast. Het verlaten van het speelveld of het verder gaan moeten dan wel onmiddellijk gebeuren.

See also:  Ek Vrouwen 2021 Waar?

Hoeveel stappen mag je zetten met handbal?

De officiële spelregels – Zoals reeds vermeld is het officiële doel van handbal de bal in het doel van de tegenstander te werpen. Spelers kunnen de bal gooien, slagen of zelfs stompen met de handen, de armen, het hoofd, de romp, de dijbenen en zelfs de knieën.

Het onderbeen en de voeten mogen niet gebruikt worden in het spel. Met de bal in de hand is het toegelaten om maximum drie stappen te zetten. Spelers kunnen wel de bal stuiten om vervolgens opnieuw drie stappen te doen. Daarna moet de bal gespeeld worden naar een teamlid. Als speler krijg je slechts drie seconden om de bal met beide handen vast te nemen.

Spelers mogen geen rollende bal nemen, maar moet de bal overmeesteren van een tegenstander. Dit gebeurt door de bal uit de handen te spelen of een tegenstander te blokkeren. Een doelpoging moet buiten het doelgebied gebeuren, tenzij een speler springt of valt in deze cirkel.

Wie heeft handbal bedacht?

Snelwiek Spreekbeurt Handbal Spreekbeurt Handbal is bedoeld voor basis onderwijs. Inhoud 1. Waarom over handbal2. Geschiedenis 3. Wat heb je nodig4. Het veld5. Techniek6. Spelregels7. Vragen aan de klas 8. Vragen aan mij.1. Waarom over handbal. Ik doe mijn spreekbeurt over handbal omdat ik zelf ook op handbal zit.

  1. Het is een snelle, leuke en verrassende sport om te doen en om naar te kijken.
  2. Door handbal te spelen, leer je bewegen, gooien en vangen.
  3. Je leert goed om te gaan met een bal en je krijgt conditie en reactievermogen.
  4. Handbal is een teamsport.
  5. Door slim met elkaar samen te spelen en als team aan te vallen, te scoren en te verdedigen kom je veel verder dan wanneer je dat in je eentje doet.

Dat is wat handbal zo leuk maakt.2. Geschiedenis. Handbal is een van de oudste teamsporten. In oude boeken en op een grafsteen afbeelding uit Athene van ver voor onze jaartelling (gedateerd-600BC) schreven de Grieken al over een sport die op handbal leek.

Ook werd een handbal achtige sport gespeeld in Frankrijk tijdens de middeleeuwen. Echter zoals de overlevering van het handbal nu in wedstrijd verband wordt gespeeld is een doorontwikkeling vanuit Duitsland. De Duitse speelwijze is uiteindelijk de basis geworden voor het internationale handbal. Het was de Duitser Max Heiser die handbal voor het eerst spelregels gaf.

In 1917 werden de eerste spelregels vastgelegd door de turnbond onder de officiële naam: ‘Bestimmungen für die Abhaltung des Handbalspieles für die Damenabteilungen des Berliner Turnrathes’. Je ziet dus dat handbal in eerste instantie alleen door meisjes werd beoefend en als tweede zie je dat het gebruikt werd door de Berlijnse Turnraad.

  1. In het begin van deze eeuw wilde men de sporttak gymnastiek verbreden door ook balspelen aan het scenario toe te voegen, aangezien voetbal een mannensport was en tennis alleen voor de elite, was handbal uitermate geschikt voor de meisjes.
  2. Later voegden de heren zich ook toe.
  3. De spelregels waren een combinatie van basket-, korf- en voetbalregels.

Via een uitwisseling tussen Hamburgse en Berlijnse turnverenigingen kwam handbal in Groningen terecht waar de basis werd gelegd voor het Nederlandse handbal. Tijdens de Olympische Spelen in Amsterdam 1928 mochten ze een demonstratie geven en werd er een internationale handbalcommissie opgericht.

  1. In Nederland werd echter pas in 1936 de bond gesplitst vanuit de Turn bond naar een heuse opgerichting van de handbalcommissie.
  2. Zes jaar later veranderden ze deze naam in Nederlands handbal verbond (NHV).
  3. Handbal kreeg geen Olympische erkenning tot 1972.
  4. Het spel werd toen door mannen werd gespeeld.
  5. Vier jaar later in 1976 werd het op de Olympische Spelen ook door vrouwen gespeeld.

In 1990 waren er al 102 landen aangesloten. Handbal werd eerst met 11 man op een aangepast voetbalveld gespeeld met een bal die 10 centimeter groter was dan de huidige herenbal. Niet veel later kwam de variant met 7 man. Na de tweede wereldoorlog verdween het minder aantrekkelijke handbal met 11 man.

Een handbalveld nodig. De junioren hebben twee keer 20 minuten speeltijd. De senioren spelen twee keer 30 minuten. Een team van 12 spelers, waarvan 5 wisselspelers, en 1 in de goal. De spelers hebben andere kleding dan de keeper. De speler heeft een shirt, een korte broek, kniebeschermers en stroeve schoenen. De keeper draagt een shirt met lange mouwen, een gewatteerde lange broek, handschoenen en ook stroeve schoenen waar hij niet op wegglijdt. Een scheidsrechter. Bij de internationale wedstrijden, Europese duels of belangrijke competitie wedstrijden zijn er op elke helft een scheidsrechter en een tijdwaarnemer. Een doelrechter en een secretaris. Je hebt ook een pasje nodig om wedstrijden te spelen. Dat pasje betekent ook dat je ingeschreven staat bij de Nederlandse handbalbond.

Als je dit allemaal hebt kan je handbal spelen.4. Het veld. Bij handbal heb je een veld nodig. Het binnenveld en het buitenveld zijn even groot en hebben dezelfde lijnen en regels. Een handbalveld is 40 meter lang en 20 meter breed. Een handbalgoal is 3 meter breed en 2 meter hoog.

Op een handbalveld staan ook een paar lijnen. Je hebt de middellijn, die scheidt de twee helften. Je hebt ook de doellijn en daarop staat de goal. Je hebt ook de zijlijn. Je hebt ook de 6 meterlijn, dit wordt ook wel de cirkel genoemd. Het is een ononderbroken lijn. Je hebt ook een strafworplijn die licht op zeven meter van de goal.

Je hebt ook een 9 meterlijn, hij wordt ook wel de vrijeworp lijn genoemd en is een onderbroken lijn.5. Techniek Bij handbal zijn er verschillende technieken. Aanspelen kun je op verschillende manieren doen: bovenhands met strekworp of onderhands met een hand, tijdens een sprong en de snelle pass zijwaarts.

  1. Je hebt een goede balcontrole nodig.
  2. Bij het dribbelen moet je de bal zacht of hard dribbelend goed onder controle kunnen houden.
  3. Je moet de bal goed kunnen vangen want je kan een wereldpass krijgen maar als je niet kunt vangen ben je nergens.
  4. Vangen kan op twee verschillende manieren: bovenhands met twee handen en onderhands met twee handen.

Je hebt verschillende soorten worpen om op de goal te gooien. Je hebt de strekworp op heuphoogte en de valworp. Als de keeper te ver uit zijn goal staat gebruik je een lob. Als je wat beter bent kan je ook de effectbal gebruiken. Een van de bekendste worpen is het sprongschot.6.

Spelregels. Ik ga jullie nu een paar basisspelregels vertellen. Je mag maar drie passen lopen met de bal. Als je drie passen hebt gedaan moet je overspelen of op de goal gooien. Je mag niet in het doelgebied komen, alleen de keeper mag hier komen. Als je voor of op de lijn in het doelgebied springt en voor je de grond raakt de bal hebt gespeeld mag hier komen.

Als je een overtreding voor op of tussen de 6 en 9 meter maakt krijgt de aanvallende partij een vrije worp. Een man gaat op de 9 meter staan en gooit hem naar iemand die 3 meter van hem afstaat. De speler kan dan afspelen of drie passen doen of op de goal gooien.

  • Het is een hoekworp als een veldspeler de bal bij zijn eigen goal over de achterlijn brengt.
  • Deze regel geldt niet voor een keeper.
  • Het is een uitworp als een keeper of veldspeler de bal over de zijlijn brengt.
  • Het is een 7 meter worp als er een zware overtreding gemaakt wordt tussen de 6 en 9 meterlijn.

Er moet een voet voor de lijn stil blijven staan als je deze worp neemt. De andere voet mag van de grond en bewegen. De straffen voor de overtredingen zijn:

Bij een lichte overtreding een vrije worp. Een waarschuwing door het tonen van een gele kaart en twee minuten tijdstraf. Als je drie keer geel hebt of een hele zware overtreding maakt krijg je een rode kaart. En dat betekent diskwalificatie.

7. Vragen aan de klas.

Noem 3 verschillende worpen? Wanneer krijg je een rode kaart? Waarvoor wordt de 7 meterlijn gebruikt?

Je kan voor spreekbeurten ook leuke tips vinden bij het Nederlands Handbal verbond. Lees meer op deze link. | | : Snelwiek Spreekbeurt Handbal

Wat is tippen in handbal?

Een speler mag met de bal lopen, terwijl hij/zij deze stuit ( tippen ). Zonder te stuiten mag een speler maar drie passen lopen met de bal en deze niet langer dan drie seconden in zijn handen houden. Een tegenstander mag met het lichaam worden verdedigd, maar niet met voeten, armen of benen.

Hoeveel bar in handbal?

Luchtdruk sportballen – Het beoefenen van balsporten met een te zachte of te harde bal wordt als onprettig ervaren bij sporters. Daarom is het belangrijk om te weten hoeveel luchtdruk in een sportbal moet, zodat het optimaal beoefend kan worden. De luchtdruk wordt in bars gemeten.

Per voetbal is het afhankelijk hoeveel bar in een bal moet. De richtlijnen hiervoor liggen tussen de 0,6 tot 1,0 bar. Soms staat de maximale toegestane luchtdruk/bar ook vermeld op de bal. Bij een handbal ligt de luchtdruk meestal rond de 0,4 bar. Een volleybal wordt opgepompt tot ongeveer 0,3-0,325 bar.

Wanneer een volleybal niet voldoende is opgepompt bestaat de kans dat de bal niet rond is, geen optimale stuit heeft en zacht aanvoelt. Als een volleybal weer te hard wordt opgepompt kan de bal vervormd worden, voelt te hard aan of kan zelfs ontploffen. : Informatie over het repareren van sportballen

Hoe dribbel je in handbal?

Handbal (technieken en tactieken) DE WISSEL Bedoeling is het samenwerken tussen de verdedigers te storen doordat 2 aanvallers van aanvalspositie wisselen. Dit kan zowel voor als in de verdediging gebeuren. De middenopbouwer fixeert naar doel bij de 2e verdediger – de linkeropbouwer dreigt eerst door te gaan naar links en loopt vervolgens naar het midden toe.

Op het moment dat beide loopwegen elkaar kruisen wordt de pass gegeven FOUTEN · de actie van de aanvallers is niet gevaarlijk genoeg (de dreiging is niet ‘echt’ of gebeurt te ver van de verdediging) waardoor de verdediging weinig of niet moet reageren. · de pass wordt te vroeg gegeven waardoor de verdedigers de tijd krijgen zich te herstellen · de loopweg van de speler die de bal ontvangt is te lateraal · de speler die de wissel geeft toont veel te vroeg de intentie van de wissel – hij moet steeds zijn eigen kans, als die zich zou voordoen, kunnen benutten.

De fout van veel beginnelingen is dat ze zich omdraaien (met de rug naar het doel) om de pass te kunen geven. · de pass wordt te laat of te vroeg gegeven. Ideaal is als de pasintentie zo lang mogelijk verborgen blijft. SPERREN Volgens de spelregels is het toegestaan de tegenstrever met de romp de weg te versperren ook als hij niet in balbezit is.

Belangrijk hierbij is dat de speler die de sper uitvoert stil moet staan op het moment van de ‘botsing’. Het is dus de verdediger die tegen de sperrende speler oploopt. De cirkelspeler plaatst een sper op verdediger 2 die uitgestapt is naar de linker opbouwer. Na een schijnbeweging verandert deze laatste plots van richting en loopt eng en snel voorbij de sperrende medespeler.

Doordat verdediger 2 gesperd wordt moet verdediger 3 uitstappen en de balbezitter “overnemen”. De cirkelspeler moet nu “afrollen” naar de cirkel en kan aangespeeld worden Let vooral op 2 belangrijke zaken voor de balbezitter: – de schijnbeweging om de verdediger te misleiden – de snelle richtingsverandering om gebruik te maken van de ruimte die door de medespeler gemaakt is FOUTEN · bij het sperren gebruikt men de armen · de speler die de sper zet staat niet stil op het moment van de sper · de sper wordt te vroeg of te laat gezet waardoor de verdediger de kans krijgt om het maneuver te doorzien en de sper te ontlopen · na het ‘oplopen’ van de verdediger blijft de cirkelspeler staan en rolt zich niet af 3-2-1 VERDEDIGING De organisatie van elke zone-verdediging steunt op: – breedte – diepte – dichtheidZo heeft bijvoorbeeld een 6-0 verdediging een maximale breedte en een grote dichtheid daar waar een 4-2 verdediging veel meer diepte heeft.

  • Onder leiding van Vlado Stenzel werd de Joegoslavische nationale ploeg in 1972 Olympisch kampioen met een verdediging die de meeste voordelen van de andere verdedigingssystemen in zich had: een 3-2-1 verdediging.
  • Ondertussen werden heel wat variaties van deze verdediging toegepast: klein en hoog (naargelang er weinig of diep wordt uitgestapt); pivotgebonden (de zogenaamde Deense 3-2-1) en de 3-2-1 met libero waarmee de Kroaten Olympisch kampioen werden op de spelen van Atlanta in 1996.

Hieronder bespreken we in het kort de klassieke Joegoslavische 3-2-1 waarin de midachter balgebonden blijft. Bij balbezit van de midden-opbouwer is de basisopstelling zeer duidelijk te zien. – 3 verdedigers staan opgesteld ter hoogte van de doelgebiedlijn – 2 verdedigers staan op ongeveer 8 meter – 1 verdediger speelt ter hoogte van de stippellijn.

  • Als we de zones van alle verdedigers inkleuren is vrij duidelijk te zien dat de dichtheid van deze verdediging maximaal is en er in het centrum voor de balbezitter bijna geen doorkomen is.
  • Bekijken we even in het kort de rol van de verschillende verdedigers afzonderlijk De hoekverdediger zorgt ervoor dat de hoekaanvaller met bal niet kan doorbreken.

Als de bal wordt doorgespeeld schuift hij mee naar binnen om de dichtheid van de verdediging te vergroten. Deze verdedigers stappen weinig of niet uit op hun aanvaller. De positie van de midachter is volledig afhankelijk van de positie van de bal. Hij probeert immers altijd tussen eigen doel en de bal te blijven.

  1. Op die manier kan hij niet alleen doorbraken van spelers met bal opvangen (als de verdediger in de 1e lijn het duel verliest en gepasseerd wordt) maar is hij tevens in staat om doelworpen af te blokken.
  2. Tenslotte is hij altijd verantwoordelijk voor de cirkelspeler als deze zich aan de kant van de bal bevindt.
See also:  Wie De Bal Kaatst Kan De?

De verdedigers op de 2-positie stappen steeds uit om de afstandsworpen te beletten. De opbouwer moet tevens gestopt worden en mag zeker niet naar het centrum toe kunnen passeren. Als de bal pass verder doorgespeeld wordt zakt hij zo snel mogelijk in om de balweg naar de cirkelspeler af te schermen.

Is de opbouwer aan de andere kant in balbezit en staat de cirkelspeler aan de eigen kant dan moet hij de diagonaalpass naar de cirkelspeler verhinderen. De één-verdediger of de top is verantwoordelijk voor de midden-opbouwer. Als de linker- of rechteropbouwer kan doorbreken naar het centrum toe dan moet hij hulp bieden.

Tot slot moet hij door zijn opstelling ook steeds vermijden dat de cirkelspeler aan de andere kant van de bal kan worden aangespeeld. Wijzen we tot slot nog even op de belangrijkste voordelen van deze verdediging: · inzetbaar tegen alle aanvalssystemen · gemakkelijk aan te leren dankzij een duidelijk omschreven taakverdeling · door het offensieve karakter kan men heel gemakkelijk de tegenaanval spelenTechnieken DE BAL VANGEN TECHNISCHE OMSCHRIJVING · kijk steeds naar de bal · draai de romp in de richting van de bal – schouderas loodrecht op de baan van de bal · romp, armen en beide handen gaan de bal tegemoet · de handen bevinden zich + voor het aangezicht · vingers zijn naar boven gericht · ellebogen op schouderbreedte en de armen lichtjes gebogen · de onderarmen wat schuin naar elkaar toe en naar binnen · na het vangen wordt de bal onmiddellijk in werppositie gebrachtde Russische cirkelspeler Kuschnirjuk (2,02m) tijdens de wedstrijd Duitsland – U.S.S.R.

FOUTEN  men doet geen poging om de bal met beide handen te vangen  op het ogenblik dat de bal de handen raakt wordt de snelheid van de bal niet afgeremd (armen treden niet op als ‘schokdempers’)  de vingers zijn naar voor gestrekt (.steken naar de bal.) – gevaar voor kwetsuren !  duimen en wijsvingers vormen geen driehoek Bij het vangen van een lage bal is de romp meer voorwaarts gebogenDe armen zijn gestrekt naar benedenDe ellebogen dichter bij elkaar om de handen te kunnen draaien De handpalmen naar de bal gericht – de vingers naar beneden en de pinken naar elkaar toe Vangen van de bal langs de werparmzijde gevolgd door een slagworp naar doel Bij het vangen van een pass komende van de tegengestelde kant van de werparm duurt het wapenen van de bal langer – voor veel beginnelingen is dit een bijkomende moeilijkheid DE SLAGWORP TECHNISCHE OMSCHRIJVING · bij rechtshandige staat linker been voor · in de voorbereidingsfase van de beweging wordt de bal met beide handen van vóór het lichaam tot + schouderhoogte van de werparm gebracht · de werphand brengt de bal met licht gebogen arm verder naar achter · hierbij ligt de volledige hand achter de bal en wordt het lichaamsgewicht op het rechter been gebracht · gelijktijdig met de beweging wordt de linkervoet ‘remmend’ (‘blokkerend’) neergezet · in de romp ontstaat een ‘spanning’ (schouders loodrecht op de as van het bekken) · in de hoofdfase wordt de werpschouder bruusk naar voor gebracht zodat de worp uit de ‘lichaamsspanning’ en een werpbeweging van de arm vervolgt · in de eindfase wordt het lichaamsgewicht op het linkerbeen over gebracht FOUTEN · rechtshandige heeft rechter been voor · hand niet achter de bal bij de worp · te trage uithaal- en werpbeweging · de werparm wordt gestrekt – de werpbeweging krijgt hierdoor een ‘zwaai-effekt’ · de linker voet wordt te ver naar voor gezet – hierdoor krijgen we een kleinere ‘voorspanning’ tenen van de voorste voet wijzen niet lichtjes naar binnen DE SPRONGWORP De sprongworp blijft één van de meest gebruikte technieken om naar doel te werpen.

We maken volgend onderscheid: · een sprongworp met de nadruk op de vertikale component en waarbij de voorwaartse verplaatsing eerder gering is – men tracht zo hoog mogelijk te springen alvorens te werpen. · een sprongworp waarbij men probeert de afstand tot het doel te verkleinen – men probeert zo ver mogelijk te springen alvorens te werpen TECHNISCHE OMSCHRIJVING · voor hij de bal ontvangt is de speler reeds in beweging · na het vangen van de bal volgen 3 passen (voor een rechtshandige is dit links / rechts / links) – wordt de bal in zweeffase gevangen dan is de landing een nulcontact en mag men hierna nog 3 passsen zetten met de bal.

· gebruiken we een sprongworp met nadruk op de hoogtesprong dan zal de laatste stap van de aanloop iets groter zijn · de afstoot wordt ondersteund door het optrekken van het zwaaibeen · tijdens de afstoot wordt de bal volledig gewapend – de bal wordt boven en achter het hoofd gebracht waardoor een boogspanning in de romp ontstaat · het werpen zelf gebeurt op het hoogste punt van de zweeffase door het naar voor brengen van de werpschouder en het krachtig naar voor trekken van de werparm – gelijktijdig wordt het zwaaibeen krachtig achterwaarts gestekt · de landing gebeurt op het afstootbeen FOUTEN · na de balaanname wordt de bal één keer gebotst · bij de vertikale sprongworp is de laatste stap niet groter dan de 2 vorige – hierdoor kan er geen optimale hoogtesprong volgen · afstoot op het verkeerde been · de knie van het zwaaibeen wordt naar voor opgetrokken en niet opzij – dit is niet alleen een aanvallende fout maar houdt tevens gevaar in voor kwetsuren bij de tegenstrever · het zwaaibeen blijft gebogen – op het ogenblik van het werpen zelf moet het zwaaibeen krachtig naar achter gestekt worden.

· onvoldoende uithaalbeweging en daardoor geen rompspanning · de werparm wordt bij de worp niet voldoende gestrekt – de bal wordt aan het lichaam als het ware “voorbij geschoven” · landen op het zwaaibeen hier is duidelijk de spanning in de romp te zienhet bekken blijft loodrecht op de werprichtingde linkerschouder is naar het doel gericht heel vaak zal door een krachtige inzet van de schouders en de romp de kracht van de worp ondersteund worden de landing gebeurt dan ofwel op het afstootbeen of op beide benen samen.

Sprongworp met schijnbeweging naar links en verandering van looprichting DE DRIBBEL Bij het dribbelen wordt de bal telkens met één hand op de grond gebotst. Het is een continue beweging waarbij de bal slechts mag gespeeld worden in op- en neerwaartse beweging (de basketbaldribbel is in het handbal niet toegestaan).

De hand blijft dus steeds boven de bal en de beweging wordt van uit de pols gestuurd. Bij iedere opwaartse beweging wordt de bal geamortiseerd om een neerwaartse beweging in te zetten. Dit amortiseren moet soepel zijn. Niet slaan op de bal !! De vingers zijn lichtjes gespreid om een groot contactoppervlak met de bal te bekomen.

  • De bal wordt voor en naast het lichaam gedribbeld met de hand die het verst van de verdediger is verwijderd om aldus de bal met het eigen lichaam te kunnen beschermen.
  • Als men na het dribbelen de bal opvangt met beide handen mag men niet meer opnieuw dribbelen; men moet een pass geven of naar doel werpen na maximaal drie steunen.

Als we de evolutie van de tegenaanval in het moderne handbal beschouwen zullen we het dribbelen zoveel mogelijk trachten te beperken. Meer en meer wordt de tegenaanval een georganiseerde collectieve aanvalsbeweging waarbij iedere speler een tactische opdracht te vervullen heeft, waarbij zijn observatie van het spel onontbeerlijk is en een dribbelbeweging hem daarvan toch altijd in zekere mate weerhoudt.

FOUTEN · de bal wordt “geschept” · te weinig polsslag · de bal wordt voor de voeten gedribbeld · de bal botst te dicht bij de voeten in plaats van schuin voorwaarts · de speler kijkt naar de bal · lichaam niet tussen de bal en de verdediger · de bal botst te hoog of te laag · men slaat op de bal SCHIJNBEWEGINGEN

SCHIJNBEWEGINGEN MET BAL ZONDER DRIBBEL (Beschrijving voor een rechtshandige) Vooreerst maakt de speler een schijnbeweging naar links: romp ‘knikken’ naar linksVervolgens verandert men snel van richting door de rechtervoet zo ver mogelijk opzij naar rechts te plaatsen en het lichaamsgewicht op de rechtervoet over te brengen. Tenslotte wordt hierbij aansluitend het linkerbeen schuin voorwaarts in de richting van het doel geplaatst. Terwijl men de verdediger voorbij gaat komt het lichaamsgewicht nu terug op het linkerbeen waarna de doelworp of de pass volgt. SCHIJNBEWEGING MET DRIBBEL SCHIJNBEWEGINGEN MET BAL ZONDER DRIBBEL (Beschrijving voor een rechtshandige) Vooreerst maakt de speler een schijnbeweging naar links: romp ‘knikken’ naar linksVervolgens verandert men snel van richting door de rechtervoet zo ver mogelijk opzij naar rechts te plaatsen en het lichaamsgewicht op de rechtervoet over te brengen. Tenslotte wordt hierbij aansluitend het linkerbeen schuin voorwaarts in de richting van het doel geplaatst. Terwijl men de verdediger voorbij gaat komt het lichaamsgewicht nu terug op het linkerbeen waarna de doelworp of de pass volgt. SCHIJNBEWEGING MET DRIBBEL Bij de zogenaamde handbaldribbel maken we maximaal gebruik van de loopregel binnen de handbalreglementen. We mogen 3 passen maken met de bal en dreigen met een doelworp. Als de verdediger reageert stuiten we de bal, vangen hem weer op en doen opnieuw drie passen waarna de doelworp volgt. Men kan deze beweging ook uitvoeren met een sprong. De bal moet dan worden gestuit voor de landing van de speler op de grond. VERDEDIGEN Daar we bij beginnelingen hoofdzakelijk een offensieve verdediging spelen moet de techniek van het verdedigen ook hierop afgesteld zijn. Het verdedigen van een speler zonder bal heeft als doel de vrije ruimte voor de aanvaller af te schermen en het voor de balbezitter moeilijk maken om hem een pass te geven. Daarbij beweegt de verdediger zich tussen de aanvaller en zijn eigen doel. De afstand tussen de verdediger en de aanvaller is afhankelijk van de snelheid van de tegenstrever en de afstand tot het doel. Hoe sneller de aanvaller hoe groter de afstand. Hoe dichter bij het doel hoe kleiner de afstand om onmiddellijk de aanvaller te kunnen storen of om contact met hem te maken. Daarbij is het belangrijk om de werparmzijde goed af te schermen. Verder is het beter de aanvaller naar die richting te sturen waarin hij minder gevaarlijk is – meestal is dit de buitenkant van het terrein. Vergeten we bij dit alles nooit dat elke actie steeds moet gericht zijn naar de bal! Dit wil je ook lezen: BASISBEWEGINGEN VOOR EEN VERDEDIGEREen goede verdediger staat NOOIT in een ontspannen houding. Hij moet op elk moment in staat zijn zich zodanig te verplaatsen dat hij de aanvaller kan afstoppen vooraleer deze gevaarlijk wordt. De uitganshouding wordt gekenmerkt door licht voorwaarts gespreide en gebogen benen, een iets voorover gebogen romp en enigszins geheven armen. De verplaatsingen zijn meestal kort, in alle richtingen en steeds met richtingsveranderingen. We onderscheiden : – schuiven – uitstappen – invoegen > schuivenDit zijn korte zijwaartse verplaatsingen waardoor de verdediger de bal en de verplaatsingen van de aanvallers kan volgen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van korte stapjes om zoveel mogelijk contact met de grond te bewaren (GEEN kruispassen) en om aldus ten allen tijde op de schijnbewegingen van de aanvaller te kunnen reageren. > uitstappenOm te vermijden dat aanvallers van op afstand naar doel werpen moet de verdediger uitstappen en de balbezitter tegemoet treden. Het uitstappen gebeurt richting werparm van de aanvaller. Ten opzichte van een rechtshandige aanvaller betekent dit dat de verdediger met zijn linkerhand contact zoekt met de bal en indien dit niet mogelijk is met de werpschouder en met zijn rechterhand naar de romp of de heup van de balbezitter. Hij staat hierbij in een lichte spreidstand voorwaarts met de linkervoet voor. > invoegenAls de aanvaller de bal verder speelt neemt de verdediger zijn uitgangspositie terug in door zich schuin naar achter te verplaatsen en dit in de richting van de bal. VERDEDIGEN OP EEN SPELER DIE DRIBBELT Natuurlijk blijft de verdediger ook hier steeds tussen de aanvaller en het eigen doel. De voeten staan steeds in een lichte spreidstand voorwaarts. Hierbij zijn de knieën en de heup lichtjes gebogen. Dribbelt de aanvaller met de rechterhand dan moet de verdediger proberen de bal met de linkerhand weg te spelen. De linkervoet staat hierbij voor. Het beste moment om de bal weg te tikken is vlak na de bots op de grond. DE DOELMAN De doelman heeft in het handbalspel een bijzondere rol en is één van de belangrijkste spelers van het team. Hij moet steeds proberen met een zo groot mogelijk deel van zijn lichaam zijn doel te verdedigen. Daarom zal hij dus nooit zijn handen mogen gebruiken om zijn lichaam en/of zijn hoofd te beschermen bij een doelworp. Daar hij steeds de werper en de bal moet observeren mag hij evenmin de ogen sluiten of het hoofd wegdraaien bij de worp. Vergeten we tot slot niet dat de doelverdediger steeds de eerste aanvaller is en na de doelworp onmiddellijk de bal moet veroveren om een mogelijke tegenaanval te kunnen lanceren. BASISHOUDINGNaargelang zijn lichaamsgestalte staat de doelman 30-70 cm voor de doellijn. De basishouding omvat een lichte spreidstand zijwaarts – voeten op heupbreedte uit elkaar. DE VALWORP De valworp is een worpvariant die de laatste jaren geweldig geëvolueerd is. Daar deze worp enkel nuttig is van op korte afstand werd of wordt hij hoofdzakelijk gebruikt door de hoekspelers en vooral de cirkelspelers. Omdat in het moderne handbal ook de cirkelspelers steeds groter van gestalte zijn gebruiken zij echter meer en meer een sprongworp. Wel zien we dat hierna meestal de landing al vallend geschiedt en dit omdat men de zweeffase zo lang mogelijk wil maken. Voor beginnelingen en handbal op schoolniveau is deze werptechniek echter niet onmiddellijk aangewezen – we gaan er daarom dan ook voorlopig niet dieper op in. : Handbal (technieken en tactieken)