Luxembourg

Basketball Academy

Wat Is De Populairste Sport In Belgie?

Wat Is De Populairste Sport In Belgie
Wandelen en fietsen meest beoefende sporten – De meest beoefende sporten waren eind 2021 wandelen en fietsten. Van de personen die minstens 1 keer per jaar aan sport te doen, gaf 2 op 3 aan te wandelen. Ongeveer de helft gaf aan te fietsen.

Hoeveel mensen sporten er in Belgie?

Highlights – We lichten een tipje van de sluier en geven je enkele highlights mee die we uit het kennisplatform konden afleiden:

  • In vier jaar tijd (2014-2017) stijgt het aantal sportclubs in Vlaanderen met 12%. In elke provincie is er een stijging.
  • Nooit eerder sporten zoveel Vlamingen in sportclubverband: van 1. 250. 000 naar 1. 380. 000. Dat is een stijging van 10%.
  • In elke provincie stijgt het aantal sportende inwoners.
  • De meest beoefende sporten in de sportclub zijn voetbal, wielrennen en volleybal.
  • 66. 500 trainers zijn actief in de Vlaamse sportclubs. Van hen zijn er 28. 000 gekwalificeerd, dat zijn er 5000 meer dan vier jaar geleden.

Wat is de populairste sport in België 2020?

Wat Is De Populairste Sport In Belgie © IF Wandelen is veruit de populairste sport voor de Belg om zelf te beoefenen. Dat blijkt uit een enquête van FISA, de organisator van verschillende grote nationale beurzen, in samenwerking met marktonderzoeksbureau Incidence. tomas Vrijdag 3 februari 2017 om 08:26 Voor het onderzoek, dat uitgevoerd werd in aanloop naar de beurs Sports Fair die vandaag van start gaat in Brussels Expo, werden 1. De tien populairste sporten zijn:

  1. Wandelen – 34 procent
  2. Fitness – 15 procent
  3. Joggen – 15 procent
  4. Wielrennen en mountainbiken – 13 procent
  5. Zwemmen – 12 procent
  6. Voetbal – 6 procent
  7. Wintersport – 5 procent
  8. Tennis – 4 procent
  9. Dans – 4 procent
  10. Badminton – 4 procent

De wandelsport is vooral populair bij 55-plussers. Jongeren houden zich dan weer voornamelijk bezig met fitness en joggen. Uit het onderzoek blijkt verder dat 70 procent van de Belgen een fiets heeft. De helft daarvan gebruikt die zeer vaak. Opvallend is wel het grote verschil tussen de regio’s. Zo heeft 82 procent van de Vlamingen een fiets, tegenover 59 procent van de Walen en 50 procent van de Brusselaars.

Welke sporten heeft Belgie uitgevonden?

Belgische sportgeschiedenis en identiteit – Engelstalige wikipedia bronnen met info over sport in België (BE) zijn de pagina sport en  categorie Sport. Daarnaast zijn daar Franstalige equivalenten ( sport ; Sport ) en de pagina Vlaamse sportgeschiedenis met nadruk op topsport.

  1. Ook op het grondgebied van het huidige BE wordt al sinds mensenheugenis plezier ontleend aan activiteiten waarbij men in beweging is;
  2. Te denken valt aan jagen, vissen & verzamelen; zwemmen & zeilen, activiteit met paarden ( ridder toernooien, draverijen, dressuur etc;

), speerwerpen, schermen , hardlopen, touwtrekken, schaatsen en stok met bal spelen als colven op land of ijs (een voorloper van de golfsport; naar verluidt in de lage landen lang populairder dan voetbal in het huidige tijdsgewricht), curling (sinds 1998 een Olympische sport) & biljart.

  1. Daarbij droegen volk en adel ieder op hun eigen wijze bij;
  2. Vooraleer het woord sport bestond, viel veel georganiseerde fysieke activiteit voor mens & dier onder de noemer spel & volksvermaak;
  3. Veel speelde zich af op lokale feesten met bijv;

kermissen , muziek, dans & vendelzwaaien en religieuze processies (vaak over aanzienlijke afstanden). Wedstrijden werden vaak georganiseerd door kasteleins (kroegbazen) die prijzen uitloofden. Kinderen waren veel meer buiten dan nu om mee te helpen op het land of te spelen.

Op het platteland kan men zich daar van alles bij voorstellen en ook in dorp of stad betrof het bijv. balspel, hoepelen en tollen. BE was destijds ook de bakermat van de duiven sport met rond 1800 reeds wedstrijden.

Vanaf 1850 kwamen o. in Antwerpen de eerste sportclubs en faciliteiten van de grond. Aanvankelijk verzet vanuit de roomse zuil ten spijt, kreeg men geleidelijk aan meer oog voor ontwikkeling van lichaam & geest ( opkomst ). In BE kwam deze evolutie m. op gang vanuit Frankrijk en Zweden ( Sport ).

  • Gym/ turnen werd in 1840 een facultatief schoolvak in Antwerpen & Brussel, in 1879 werd het landelijk in rijks & gemeentelijk onderwijs verplicht als schoolvak (in het katholieke onderwijs pas in 1993) en in 1908 was BE het eerste land ter wereld waar de opleiding tot gymleraar een academische status kreeg ( 2011/12 p20 etc;
See also:  Waarom Libero Bij Volleybal?

De ontwikkeling werd bespoedigd door sportjournalisten die ook publiceerden over oude Vlaamse volksvermaken. Het woord sport raakte in zwang vanuit de Engelse elitejeugdcultuur die oversloeg naar de jeugd uit de Belgische liberale elite die het zich kon zich veroorloven om voor het plezier bewegen op die wijze te cultiveren ( 1994 ).

Zo schoten nieuwe sporten wortel als voetbal (alras ook in trek bij de roomse jeugd), tennis, rugby, cricket, roeien, fietsen en atletiek en veel Engelse sporttermen die in BE ook nu nog worden gebruikt vallen onder de erfenis.

In 1869 werden te Brussel en Gent eerste fietsclubs opgericht. Datzelfde jaar nog organiseerde men wedstrijden voor loopfietsen en hoge bi’s. Deze vonden vaker plaats op de baan dan op de weg, want fietsers op plattelandswegen liepen in de 19e eeuw serieuze risico’s.

Ze konden bijv. getrakteerd worden op een stenenregen en stokslagen van kerkgangers & boeren of door hengelaars het kanaal in worden geschopt. voor de wielersport vormde de sportpers een stimulans. In 1881 begon Emile van Berendonck “La vélocipédie Belge” als eerste wielerblad en een jaar later werd hij de eerste nationale kampioen wielrennen (toen nog op de hoge bi).

Reeds in datzelfde jaar zag de Belgische wielrijders bond het levenslicht. In 1894 telde BE 128 wielerclubs, in 1899 232 en in 1902 nog 118. Eind 19e eeuw waren er al 35 wielerbanen. Die van Antwerpen trok in 1895 meer dan 100. 000 bezoekers. Nog voor de 20e eeuwwisseling verschenen in totaal 40 sportbladen.

Ze waren voornamelijk Franstalig, maar het eerste Nederlandstalige sportblad, de Duivenliefhebber van Karel Mortelmans, zag reeds in 1866 het levenslicht. Onder de pioniers van de sportjournalistiek vallen ook en m.

Alban Collignon, Rodolphe Seeldrayers en Karel van Wijnendaele. Nieuwe sporten, toenemende belangstelling en sportpers vormden een verdere stimulans voor de opkomst van georganiseerde sport. In de 70er en 80er jaren van de 19e eeuw werden diverse algemene sportclubs opgericht met meerdere afdelingen.

Onder de eerste sportbonden vallen de wielrijdersbond (1882) en de roeibond (1885; medeoprichter van internationale roeibond FISA in 1892). De oudste nog bestaande voetbalclub is FC Antwerp (1880). De Luikse wielrijdersbond, die ook voetbal in haar pakket had, organiseerde eind mei 1892 de eerste Luik -Bastenaken-Luik als wedstrijd voor amateurs.

Daarmee geldt deze als oudste wielerklassieker. Ook kreeg BE in dat jaar een katholieke turnbond. Veel algemene sportclubs verenigden zich in 1895 in de overkoepelende UBSSA (in feite de nationale voetbalbond) met voetbal, atletiek en wielrennen als hoofdsporten.

In datzelfde jaar kreeg BE als één van de eerste landen ter wereld een nationale voetbalcompetitie. Er namen 10 clubs aan deel. De eerste Olympische deelname was in 1900. In 1912 splitsten de 3 grote sporttakken zich af in afzonderlijke bonden.

De eerste voorzitter van de UBSSA (en tot 1925 van de Belgische voetbal bond) was Édouard de Laveleye (1854-1938). In respectievelijk 1904 en 1906 was hij medeoprichter van FIFA en BOC (Belgisch Olympisch Comité) en in 1920 mede organisator van Olympische spelen in Antwerpen, de enige editie tot dusver met BE als gastland.

  1. Zowel in 1900 als in 1920 nam boogschutter Hubert van Innis deel, tot op heden de meest succesvolle Olympische medaillewinnaar;
  2. Bij de spelen in Antwerpen was ook een opmerkelijke rol weggelegd voor Raoul Daufresne de la Chevalerie;
See also:  Hoe Pomp Je Een Bal Op?

Vanaf 1925 tot zijn dood in 1942 was Henri de Baillet Latour uit BE voorzitter van BOC en IOC. Na de 2e wereldoorlog ontkwam ook de sportorganisatie niet aan de gevolgen van de Belgische taalstrijd. In 1946 viel sport onder de dienst lichamelijke opvoeding van het ministerie van volksgezondheid.

Dat werd in 1956 het autonome instituut NILOS/ INEPS. In 1963 volgde opsplitsing in een Waalse en een Vlaamse afdeling. Door de evolutie van eenheidsstaat naar federale staat verschoven steeds meer bevoegdheden naar de (taal) gemeenschappen.

Sinds 1980 valt ook sport onder gemeenschapsministeries. In de Vlaamse gemeenschap betrof het tussen 1969 en 2015 de dienst BLOSO van het departement cultuur, jeugd, sport & media. In 2016 werd de sportsectie autonoom en omgedoopt tot Sport Vlaanderen. De Waalse equivalent ADEPS valt nog onder het Waalse ministerie van volksgezondheid.

De vertegenwoordiging in de sport van BE als natie bleef in federale handen. Zo werd bijv. het BOC in 1978 het BOIC (Belgisch Olympisch inter-federaal comité). In 1947 richtte de Vlaamse geestelijke Antoon van Clé katholieke sportvereniging Sporta op.

De sportkampen ervan werden een begrip evenals de jaarlijkse sportbedevaart waarbij renners & fietsen worden gezegend en met wijwater besprenkeld. De bedevaart is later uitgebreid naar andere sporten. In de 50er jaren nam in BE georganiseerde gehandicaptensport een aanvang met Victor Boin als stimulator.

  1. Sinds de eerste editie (1960) doen Belgische sporters mee aan paralympische spelen;
  2. In dat jaar werd ook de BSCVG in het leven geroepen en in 2001 werd dit het Belgisch paralympisch comité;
  3. Sinds 1977 kent de gehandicaptensport in Be een Vlaamse en een Franstalige liga;

Onder de belangrijkste naoorlogse bestuurders valt verder Jacques Rogge (1942), in zijn jongere jaren Olympisch zeiler en rugbyspeler. Tussen 1989 en 1992 was hij voorzitter van het BOIC en tussen 2001 en 2013 van het IOC. Onder de naoorlogse evenementen in BE vallen 19 wereldkampioenschappen (WK’s) en (slechts) 3 Europese kampioenschappen (EK’s) wielrennen en verder de EK’s voetbal van 1977 en (samen met Nederland) 2000.

Qua breedtesport werd na ongeveer 1975  sportdeelname van volwassen gewoner. Er kwamen veel nieuwe sporten op. Alternatief georganiseerde (fitnessclub, sportschool) en ongeorganiseerde sportbeoefening namen toe evenals de invloed van de private sector in de sport (faciliteiten, sponsoring etc.

Vanuit het perspectief van NL boven de grote rivieren kan het zegenen en met wijwater besprenkelen bij wielerkoersen ondergebracht worden bij wat typisch Belgisch is in de sport. Net als NL werkte ook in BE de verzuiling door in de sportwereld, zij het minder heftig dan in NL omdat de bedenkingen bij sport alras verdampten in het rijke roomse leven van de 20e eeuw.

BE heeft bijv. nooit het mijden door geloofgemeenschappen van (wedstrijd)sport op “de dag des Heren” (zondag) gekend. Ook bleven soms eeuwenlang gangbare volksvermaken in Vlaanderen springlevend. Daaronder vallen vormen van biljart (bijv.

golfbiljart), beugelen, curling , Jeu-de-Pelote (de Frans Belgische variant op kaatsen ), schietsporten met pijl & boog (bijv. wip schieten) geweer, karabijn of buks; bolspelvarianten (vaak authentiek Vlaams) en touwtrekken. Ook bij de schietsporten zijn authentiek Vlaamse varianten ontstaan.

Sinds 2005 zijn als Vlaams te boek staande traditionele sporten met 400 clubs uit 21 disciplines en 9 bonden verenigd in VlaS. De activiteiten van VLaS maken tezamen met o. enkele processies onderdeel uit van de Unesco lijst van Immaterieel cultureel erfgoed voor BE.

Sinds in 1906 het Belgische nationale voetbalteam bekend staat als de Rode Duivels hebben ook andere nationale teams (veldhockey, volleybal) een bijnaam gekozen met de term rood (zij het wel in het Engels) en Belgische supporters tooien zich bij interlands nogal eens in het rood op een wijze die enigszins doet denken aan de oranje gekte in NL.

  1. Onder de belangrijke sportprijzen van BE valt de nationale trofee voor sportverdienste die in het leven is geroepen door sportjournalist en bestuurder Albert Collignon en sinds 1928 jaarlijks wordt toegekend;
See also:  Welke Sport Is Het Populairst?

BE kent, evenals meer landen, diverse verkiezingen van beste sporter van het jaar die plaatsvinden bij een sportgala in december. Ze bestaan het langst bij de mannen (sinds 1967), gevolgd door vrouwen (1975), ploegen (1997), beloften (1998), paralympiërs (2010) en sportcoaches (2011).

Voor gehandicapte sporters in het algemeen en voor talenten binnen deze categorie is daar sinds 1974 de Nationale trofee Victor Boin. Nationale prijzen voor wielrenners zijn de Koning Winter titel voor veldrijders (2010), Kristallen fiets (1992) en Flandrien trofee (2003, sinds 2008 met een internationale en sinds 2014 met een veldrijders variant).

De grote voetbal prijzen van BE kunnen meerdere malen door dezelfde speler worden gewonnen. Mededingers  moeten spelen in BE, maar hoeven geen Belg te zijn. Het oudst is hier de gouden schoen (1954; sinds 2016 ook voor vrouwen), gevolgd door de trainer (1983) & profvoetballer (1984) van het jaar.

Franstalig BE kent daarnaast de ebbenhouten schoen (1992) voor de beste speler van Afrikaanse komaf. Specifiek Vlaams zijn het Vlaams sportjuweel van de Vlaamse overheid (sinds 1982; kan maar eens in het leven van een sporter worden gewonnen) en de Vlaamse reus voor de beste Vlaamse sporter van het jaar (sinds 1992).

T/m 1920 wonnen Belgen bij Olympische spelen (OS) 20 medailles met boogschieten (incl. 14 bij de spelen van 1920 in Antwerpen), waarvan 11 keer goud. Daardoor staan ze bij deze sport op de Olympische medaillespiegel aller tijden tot op heden op plek 3 en geldt Hubert van Innis (9 medailles, 6xg) nog altijd als meest succesvolle Olympische boogschutter ooit.

Tussen 1920 en 1972 maakte de sport evenwel geen onderdeel uit van het Olympisch programma en na 1972 won geen enkele Belg nog bij deze discipline. Ook bij de WK equivalent, die sinds 2006 bestaat, bleef de bijdrage vanuit BE beperkt.

Op termijn presteerden Belgen internationaal bij grote kampioenschappen (OS, WK’s & EK’s) het beste met wielrennen. Hiermee won men bij OS 26 x eremetaal (7 x goud) en BE kwam daarmee op de OS medaillespiegel op plek 10 van de landenklassering. Bij WK ‘s op de weg (incl.

  • tijdritten) bezet men bij de mannenelite na Italië plek 2 en op de baan plek 8;
  • Qua OS eremetaal komt voor BE atletiek op plek 2, maar daarmee is men op de OS ranglijst vanaf het begin (1892) slechts 32e;

Naar verhouding is de 13e plek bij paardensport & schermen op de respectievelijke OS ranglijsten meer aansprekend. Bij het tennis doet men in het huidige tijdsgewricht goed mee bij beide geslachten en bij de teamsporten was het land rond 2016 bij veldhockey en voetbal (ranking) sterk in opkomst, m.

Hoeveel procent van de jongeren doet aan sport?

In 2021 sportten Nederlandse jongeren (12 t/m 17 jaar) het meest (74%), gevolgd door kinderen (4 t/m 11 jaar, 60%) en daarna volwassenen (18 t/m 64 jaar, 56%). Ouderen (65 jaar en ouder) sportten het minst (37%).

Hoeveel mensen bewegen te weinig?

Corona-effect? 16 mei 2022 01:50 Aangepast: 16 mei 2022 08:04 Hardlopers in actie. Beeld © Getty Beweeg jij minder dan 2,5 uur per week? Dan ben je niet de enige. Ruim de helft van de Nederlanders vanaf 4 jaar (53 procent) bewoog vorig jaar niet genoeg, telde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 47 procent van de Nederlanders voldeed wel aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad.