Luxembourg

Basketball Academy

Hoe Word Je Beter In Sport?

Hoe Word Je Beter In Sport
Extra lessen – Nog een aantal extra korte lessen en tips die ik je graag mee wil geven;

  • Vraag aan topsporters en coaches tips en tricks.
  • Lees boeken en interviews over mentale training, (sport)psychologie, mindset en biografieën.
  • Kijk sportfilms.
  • YouTube is je beste vriend om topsporters te bestuderen.
  • Doe aan doelgerichte training, zorg dat je heel specifiek weet aan welke bewegingen je gaat werken en waarom.
  • Train met een specifiek doel. Denk aan het product doel en het proces doel.
  • Maak trainen leuk voor jezelf. Als je dag in dag uit traint kan het soms een sleur worden. Bedenk manieren waarop je jezelf blijft uitdagen, maar ook jezelf kan belonen voor je harde werk.
  • Het managen van je eigen energie is heel belangrijk. Leer herkennen waar je lichaam behoefte aan heeft. Rust of juist meer en harder trainen? Heb je spanning in je lichaam? Leer meer over de ideale prestatietoestand.
  • Leer ook ontspannen door bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen, stretchen, yoga, powernap etc.
  • Eten en slaap kan het herstel van lichaam heel erg versnellen. Hoe beter de kwaliteit van eten en slaap hoe sneller je kunt herstellen.
  • Weet waar je wel en niet controle over hebt. Je eigen mindset, eten, slaap en inzet zijn dingen waar je controle op hebt. Scheidsrechters, accommodatie, tegenstanders etc. heb je niet onder controle, dus het heeft ook weinig zin om je hier druk over te maken.
  • Werk met doelen en schrijf ze op!
  • Positief denken is goed, maar houd er ook rekening mee dat er obstakels op je pad kunnen komen. Bedenk voor jezelf welke obstakels dit kunnen zijn en hoe je deze kunt overkomen. Hoe beter je dit voor jezelf hebt omschreven, hoe makkelijker je met tegenslag kunt omgaan.
  • Zorg dat je gewoonten en routines ontwikkelt die bijdragen aan jouw succes. Hoe meer vaste routines je hebt, hoe minder wilskracht het kost. Het poetsen van je tanden doe je nu ook automatisch en zo moet het uiteindelijk ook worden bij de nieuwe routines :).
  • Zorg voor een supportteam. Het is fijn om een vast persoon of een aantal vaste personen te hebben met wie je successen kunt vieren, maar ook bij wie je je hart kunt luchten. Dit hoeft geen hele entourage te zijn, maar wel mensen die je door dik en dun steunen.
  • Kom uit je comfortzone. Durf nieuwe en spannende uitdagingen aan te gaan.
  • Analyseer je trainingen en wedstrijden. Wat ging er goed en waarom? Wat kan beter, waarom en hoe?
  • Durf grote dromen te hebben en werk hard en slim om deze dromen te behalen!

Hoe kan je topsporter worden?

Aangeleerd: oefenen, oefenen, oefenen – Sommige mensen stellen dat iedereen topsporter kan worden als er maar hard genoeg getraind wordt. Volgens deze onderzoekers kan iedereen die meer dan 10. 000 uur traint topsporter worden. Veel trainen is voor deze onderzoekers de enigste voorwaarden om aan de top te komen.

Om meer dan 10. 000 uren te trainen is veel motivatie, doorzettingsvermogen en discipline nodig. Er moeten veel dingen op zij worden gezet ten behoeve van de trainingen. Volgens deze onderzoekers bepaalt de motivatie die iemand heeft om zoveel uren te gaan trainen of hij/zij uiteindelijk wel een topsporter wordt of niet.

Wel is het vaak van belang dat er al op jonge leeftijd veel getraind wordt. Zo zijn bijna alle succesvolle schakers al voor hun 12e levensjaar begonnen met trainen.

Hoe kom je op een topsportschool?

Voor wie? – Instappen binnen de topsportschool kan enkel voor leden van Cycling Vlaanderen en ten vroegste vanaf het jaar dat de renner/renster 15 wordt én aan de tweede graad van het secundair onderwijs start. Om in te stromen in de topsportschool moet de renner bepaalde criteria behalen op een talentdag en een wielerspecifieke testdag.

Hoe word je een topatleet?

Train twee keer op een dag – “Op sommige dagen train ik twee keer – één keer ‘s morgens om 6 uur en één keer ‘s middags om 4 uur”, vertelt Eliud. “Als je twee trainingssessies op een dag doet, geef je aan je lichaam, hart en longen het signaal dat je sneller moet herstellen, waardoor je fitter wordt.

Hoeveel keer traint een topsporter?

Hoe vaak moeten topsporters trainen? – Hoewel de trainingsuren per topsporter en sport verschillen, trainen topsporters gemiddeld ongeveer 20 uur per week, verspreid over zes dagen in de week. Een topsporttalent zit op 17 uur per week. Een topsporter besteedt in totaal ongeveer 35 uur per week aan topsport en is gemiddeld 14 weken per jaar voor sport in het buitenland.

  1. Nederlandse topsporters en talenten investeren meer tijd in hun topsportbeoefening dan vier jaar geleden, mede veroorzaakt door de toenemende concurrentie uit het buitenland;
  2. In 2015 gaf ruim de helft van de talenten aan dat buitenlandse concurrenten meer uren trainden dan zij zelf deden;

In 2019 is dit percentage gedaald tot 38 procent. .

Welke sporters worden het oudst?

Ook binnen het Nederlandse team een leeftijdsverschil van maar liefst 30 jaar tussen de oudste sporter, de 47-jarige ruiter Jur Vrieling, en de 17-jarige Robin Neumann (zwemmen) en Eythora Thorsdottir (turnen).

Wat is de gemiddelde leeftijd van topsporters?

Wanneer het om podiumplekken op de Olympische Spelen in Tokio gaat, worden Annemiek van Vleuten en Femke Bol als kanshebbers genoemd. Maar met een leeftijd van 38 jaar is Van Vleuten al wel bijna twee keer zo oud als de 21-jarige Bol. Op welke leeftijd worden de beste sportprestaties eigenlijk geleverd en wat bepaalt dit? Mocht het toch tegenvallen met de Nederlandse successen in Japan, dan wordt er sowieso sportgeschiedenis geschreven.

Want voor het eerst heeft NOC*NSF niet één maar twee TeamNL atleten aangewezen die tijdens de intocht in het Olympisch Stadion in Tokio de Nederlandse vlag dragen. Het zijn de 16-jarige skateboarder Keet Oldenbeuving en de 37-jarige estafetteloper Churandy Martina.

De oudste en de jongste deelnemer, zo kopten de media. Maar hoewel Martina voor een sprinter inderdaad behoorlijk op leeftijd is, is hij allerminst de nestor van de Nederlandse delegatie in Japan. Met zijn 51 jaar is de dressuurruiter Edward Gal namelijk bijna vijftien jaar ouder dan Martina.

  • Maar ook bijvoorbeeld zeilster Lobke Berkhout (40 jaar) en de wielrensters Annemiek van Vleuten en Kirsten Wild (beiden 38) zijn atleten die in Tokio meer jaren op de teller hebben staan dan Martina;
  • En dat niet alleen: het zijn allemaal atleten die grotere medaillekansen worden toegedicht dan de sprinter;

Krasse knarren Fysieke, technische, tactische en psychologische factoren spelen allemaal een rol wanneer het gaat om succes op de Olympische Spelen. Tot welke leeftijd een atleet om de medailles kan strijden, hangt logischerwijs van de sport af en welke eisen die aan de beoefenaar ervan stelt.

Biologische capaciteiten hebben een verschillend piekmoment in het leven. Terwijl de meeste fysieke eigenschappen hun maximum bereiken vóór het dertigste levensjaar, pieken bepaalde belangrijke cognitieve vaardigheden bijvoorbeeld pas dertig jaar later.

In sporten die om weinig fysieke inspanning vragen, zoals paardrijden, zeilen of schieten, daar kan een grijsaard dan ook nog prima in de top meedraaien. Check de website Olympedia met alle cijfers en interessante weetjes over de Spelen (‘Hoeveel Olympiërs zijn betrokken geweest bij een James Bond film?’ Antwoord: 9) en je ziet dat vanaf de eerste Spelen in 1896 al gauw meer dan 125 vijftigplussers eremetaal op deze onderdelen hebben binnengesleept.

Koploper qua leeftijd is de Zweed Oscar Swahn: hij was precies 64 jaar en 258 dagen oud toen hij op 4 juli 1912 met zijn team een gouden plak won bij het geweerschieten, op het onderdeel ‘lopend hert met enkel schot’.

Het is geen verrassing daarom dat ook de oudste Nederlandse goudenmedaillewinnaars op de Olympische Spelen uitkwamen bij het boogschieten, zeilen en paardrijden. Driekske van Bussel, met 51 jaar de recordhouder, schoot in 1920 in Antwerpen het Nederlands team naar goud op het onderdeel bewegend vogeldoel.

  1. In dat team zaten overigens nog drie andere krasse knarren: Joep Packbiers (45 jaar), Piet de Brouwer en Tiest van Gestel (beiden 39);
  2. Op dezelfde Spelen haalde de 50-jarige Cornelis Hin, samen met zijn zoons Frans en Johan, goud bij het zeilen in de klasse 12-voets jollen;

Hun enige tegenstanders waren overigens ook Nederlanders. Van een recenter verleden is het goud dat amazone Anky van Grunsven in 2008 in Beijing won op de individuele dressuur. Van Grunsven was toen veertig jaar en is daarmee de oudste Nederlandse goudenmedaillewinnaar bij het paardrijden.

Maar wie weet lukt het Edward Gal in Tokio om dit record af te pakken van Van Grunsven. Of zijn collega’s Marc Houtzager of Hans Peter Minderhoud, die respectievelijk op de komende Spelen vijftig en 47 jaar oud zullen zijn.

Lichamelijk verval Schieten, paardrijden en zeilen vormen maar een kleine selectie van het totaal op de Olympische Spelen. Bij de grote meerderheid draait het vooral ook om fysieke kwaliteiten. En dat die met het verstrijken van de jaren onherroepelijk achteruit hollen, is wel duidelijk.

  • De pompfunctie van het hart wordt minder, bloedvaten worden stijver en de hoeveelheid spiermassa neemt af;
  • Het gevolg: een topsporter op leeftijd moet opboksen tegen een afname in uithoudingsvermogen, explosiviteit en kracht;

Het lichamelijke verval door de ouderdom heeft duidelijk consequenties voor de sportprestatie. De Amerikaan Ray Fair zette een tijdje terug de snelste tijden in zijn land voor alle disciplines in het zwemmen en de atletiek op een rij en zag dat vanaf een leeftijd van 35 jaar het hard achteruit gaat: grofweg elke tien jaar wordt een zwemmer of atleet vijf tot tien procent langzamer.

Australische onderzoekers breidden Fairs analyse uit met andere sporten en gingen daarbij uit van ‘s werelds beste prestaties. Ze concludeerden dat gewichtheffen de sport was waarvan de prestatie het hardst daalde met het verstrijken van de jaren.

Toproeiers daarentegen hadden het minste te lijden van de ouderdom. Roeiende dertigers Dat roeiers jarenlang op het hoogste niveau mee kunnen, laten de prestaties van de Brit Steve Redgrave (vijf keer goud op vijf achtereenvolgende Olympische Spelen tussen 1984 en 2000, tijdens de Spelen in 2000 was Redgrave 38 jaar) zien.

  • Volgens gegevens van de wereldroeibond nemen gouden medaillewinnaars op steeds latere leeftijd afscheid van de boot: tussen de Spelen van 1980 en 2012 steeg de ‘pensioengerechtigde leeftijd’ van roeiers met drie of meer gouden medailles van 24 tot 39 jaar;
See also:  Wanneer Is Het Buitenspel Bij Voetbal?

In dezelfde periode nam de gemiddelde leeftijd van de finalisten in de skiff toe van 24 naar 31 jaar. Dat de ‘oudjes’ in het Nederlandse roeien ook in staat zijn om op de Olympische Spelen te schitteren, laat de prestatie van Marit van Eupen in 2008 zien.

  1. In Beijing, op haar derde Olympische Spelen, haalde Van Eupen op 38-jarige leeftijd eindelijk goud op de skiff, in de lichte dubbeltwee;
  2. Ook Nico Rienks (vijf keer deelnemer op de Spelen) en Ronald Florijn (vier maal) waren met hun 34 en 35 jaar op een respectwaardige leeftijd toen zij in 1996 in Atlanta goud in de acht met stuurman wonnen;

Ook in Tokio zal een viertal dertigers de acht bemannen: Robert Lücken (36 jaar), Bjorn van den Ende (35), Mechiel Versluis en Ruben Knap (beiden 33). Twintigers domineren Daarmee krikken de oudere roeiers de gemiddelde leeftijd van een deelnemer aan de Spelen flink op.

De website Topendsports analyseerde de leeftijden van alle deelnemers aan de Olympische Spelen in 2012 en 2016 en kwam uit op een gemiddelde van 26,5 jaar in Londen (jongste: 13,5 – oudste: 71,3) en 26,8 jaar in Rio (jongste: 13,7 – oudste: 62,3).

Ook de Nederlandse afvaardiging in 2016 telde, met een gemiddelde leeftijd van 27,3 jaar, voornamelijk twintigers. Van de 249 TeamNL deelnemers in Rio hadden er 184 een leeftijd tussen de twintig en dertig jaar. Zoals verwacht verschilde de leeftijd tussen de diverse onderdelen.

  1. In 2012 was de leeftijd van de Olympiëgangers bij het paardrijden bijna 38 jaar, terwijl bij het ritmische gymnastiektoernooi de meerderheid net onder de twintig was;
  2. Ook in 2016 waren de ruiters recordhouder wat betreft de gemiddelde leeftijd, op de voet gevolgd door de schutters en de golfers, die sinds 112 jaar weer welkom waren op de Spelen;

De jongste atleten in Rio waren te zien in de turnhal, het zwembad en het voetbalveld; dat laatste was logisch omdat teams voornamelijk moesten bestaan uit spelers jonger dan 23 jaar. Succes in Londen Maar dit waren alle Olympische deelnemers. Hoe zat het met de leeftijd van de atleten die de medailles wegsleepten of in ieder geval ver kwamen tijdens hun toernooi? Hiervoor kunnen we kijken naar de analyse die Argentijnse onderzoekers na de Spelen in 2012 maakten.

Ze namen hiervoor 3548 atleten onder de loep, die geselecteerd werden op hun prestatie in de loop van het toernooi. Bij het BMX-en was dat bijvoorbeeld het halen van een plek in finale, bij het hockey een halve finaleplaats; bij het zeilen ging het om een top tien plek, bij het wielrennen op de weg een plaatsje bij de eerste twintig.

Driekwart van de succesvolle atleten was tussen de twintig en dertig jaar oud, 99 procent was jonger dan veertig (let op: de ruiters waren in de analyse buiten beschouwing gelaten, net als de voetballers). Bij de mannen was de top drie van sporten met oudjes die goed presteerden: schieten (32,6 jaar), zeilen (31,1) en beachvolleyball (30,5 jaar); bij de vrouwen was dit: triatlon (30,2 jaar), mountainbiken (29,4) en wegwielrennen (29,3).

  1. De jongere mannelijke atleten presteerden het beste bij het BMX-en (23,2 jaar), schoonspringen (23,5) en turnen (23,7); de jongste vrouwelijke atleten deden dit evenzo bij het turnen (19,4 jaar) en de BMX (22,2), en in de ritmische gymnastiek (21,0 jaar);

Inspanningsduur De grote variatie in piekleeftijd voor topprestaties in Londen laat zien dat het nogal afhangt van de discipline of een atleet mogelijk te oud of te jong is om een medaille op de Olympische Spelen te winnen. Maar zoals het flinke leeftijdsverschil tussen succes op de BMX en in het wegwielrennen bij de vrouwen al illustreert: de duur van de inspanning speelt een rol.

Het is iets dat de eerste serieuze studie naar de piekleeftijd van sporters in 1988 al suggereerde. De onderzoekers van de universiteit van Pittsburgh analyseerden de leeftijden van de gouden medaillewinnaars op de Zomerspelen tussen 1948 en 1980.

Wat hen opviel: op de sprintnummers in de atletiek stonden jongere atleten op het hoogste podium dan op de midden- en lange afstanden. Dit patroon werd vervolgens in andere studies en in andere sporten bevestigd, zo laat een systematische review uit 2015 zien.

Bij de sporten waar het vooral draait om uithoudingsvermogen neemt de piekleeftijd derhalve toe met de duur van de inspanning: bij zwemwedstrijden met een duur van 2-15 minuten ligt de piekleeftijd rond de twintig jaar, bij ultraritten op de fiets van bijna dertig uur is dit bijna het dubbele.

Maar gaat het juist om een sport waar het voornamelijk draait om explosiviteit, dan neemt de piekleeftijd juist af met de duur van de inspanning: voor werp- en springonderdelen in de atletiek (1-5 seconden durend) ligt de piekleeftijd rond de 27 jaar, voor zwemonderdelen met een duur van 20-250 seconden ligt deze ‘slechts’ net boven de twintig jaar.

  • Spierkrimp Het betekent ook dat wanneer het bij een Olympische discipline op explosiviteit, kracht en sprintvermogen aankomt, de ouderdom zich het eerst laat gelden;
  • Het heeft te maken met een afname in spiermassa vanaf een jaar of 25, met de nare bijkomstigheid voor de explosieve atleet dat deze krimp de ‘snelle’ spiervezels harder treft dan de ‘langzame’;

Ook neemt hierbij de spiercoördinatie af. Dat, vergeleken met de loopnummers, de jaren bij de werp- en springnummers pas later gaan tellen, kan waarschijnlijk verklaard worden door het belang van de juiste technische vaardigheden in deze explosieve disciplines.

Hoewel de ouder wordende duursporter minder te lijden heeft van de afname in spiermassa dan zijn collega in een explosieve sport, gaan hier de jaren uiteindelijk ook tellen. De maximale zuurstofopname raakt bijvoorbeeld vanaf het 25 e levensjaar in het gedrang.

De oorzaak hiervan zit hem grotendeels in een afname van de maximale hartslagfrequentie, maar door een netjes afgestemde vergroting van het hart (‘sporthart’) weet een duuratleet dit lange tijd adequaat te compenseren. Tel hierbij het gegeven dat tijdens het roeien en wielrennen de gewrichten niet al te zwaar belast worden, en het is duidelijk dat Olympische atleten in een boot of op een fiets ook na hun dertigste nog op goud kunnen azen.

Of zelfs na hun veertigste: de Amerikaanse Kristin Armstrong veroverde in Rio een gouden plak op de Olympische tijdrit de dag voor haar 43 e verjaardag. Mocht het in Tokio niet lukken, dan hoeft Annemiek van Vleuten zich dus geen zorgen te maken.

Over drie jaar heeft ze gewoon nog een goede kans.

Wat is topsportstatuut F?

Topsporthumaniora  – In de Vlaamse Gemeenschap laten topsportscholen leerlingen met een topsportstatuut A of B toe een curriculum op aangepaste wijze te volgen (22 lesuren algemene vorming en 10 lesuren topsport). Op die manier kan de combinatie van topsport en studie op een optimale wijze gebeuren.

De leerling met een topsportstatuut kan zich in Vlaanderen inschrijven in een van de topsportscholen (locatie afhankelijk van de sporttak). Voor de sporttakken voetbal, tennis en triatlon kan een leerling met een topsportstatuut F (flexibel leertraject buiten de topsportschool) school lopen in het reguliere onderwijs en toch genieten van individuele vrijstellingen van lessen (pakketten) en van gewettigde afwezigheden in het kader van topsport, onder verantwoordelijkheid van de club en/of persoonlijke trainer.

In de Franse Gemeenschap laten topsporthumaniora jongeren erkend als topsporters, sportbeloften of trainingspartners toe een lessenrooster te volgen dat trainingsperiodes omvat om studies en het beoefenen van topsport verenigbaar te maken. De leerling volgt buiten de instelling zeven tot elf trainingsmomenten met een door de bond van de beoefende sport aangeduide monitor.

Wat kan je doen met een topsportstatuut?

Met een topsportstatuut biedt bijna elke hogeschool en universiteit extra faciliteiten zodat atleten hun sport kunnen blijven combineren met hun studie. Het aanbod varieert van school tot school en kan je navragen bij de topsportverantwoordelijke binnen de instelling.

Hoe krijg je een topsportstatuut wielrennen?

Naar analogie van de juniorencategorie kan Wielerbond Vlaanderen ondersteuning bieden door renners een bewijs van sportief niveau te bezorgen. De renner kan aan de hand van dit bewijs een topsportstatuut aanvragen bij de betrokken onderwijsinstelling. Het is sowieso de onderwijsinstelling die hierover beslist.

Hoeveel slaap heb je nodig als sporter?

• Alphens. nl • dinsdag 4 juni 2013 om 00:00 Veel slapen zou een vast onderdeel in het trainingsschema van een (top)sporter moeten zijn. Bij trainingen is ‘herstellen’ van essentieel belang. Laat nou net juist die slaap er voor zorgen dat je lichaam zich weer herstelt.

  • Spaarstand en weerstand Als je slaapt, maak je stoffen aan als melatonine en groeihormonen;
  • Deze worden door je lichaam ingezet voor bijvoorbeeld wondgenezing, spierherstel, herstel van zenuwweefsel en botgroei;

Onvoldoende slaap is schadelijk voor je gezondheid en tast je immuunsysteem aan. Stel dat je minder dan 6 uur per nacht slaapt. Dan vermindert de weerstand van je lichaam al met 50 procent, vergeleken met een slaapduur van 8 uur. Ook is uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken gebleken dat er tijdens het slapen sprake is van een spaarstand.

  • Onze lichaamstemperatuur daalt iets tijdens het slapen en dat scheelt energie voor het lichaam;
  • Die energie gebruikt ons lichaam dan weer om te herstellen;
  • Minstens 8 uur slaap Iedereen is gebaat bij een gezonde nachtrust, maar sporters in het bijzonder;

Waar tussen de 7 en 8 uur slaap voor de meeste volwassenen volstaat, blijkt die 8 uur voor sporters eigenlijk een minimum te zijn. Naast de optimale hoeveelheid slaap is een vast dagelijks slaapritme, ook in het weekeinde, cruciaal. Dit om slaaptekort te voorkomen én om daardoor beter te presteren.

  • Slaaptraagheid Verder is het beter als sporters, die een belangrijke prestatie moeten leveren, in de ochtend de wekker 3 uur vóór die prestatie af laten gaan;
  • Dit heeft te maken met slaaptraagheid;
  • Die is van invloed op ons presteren na het wakker worden;
See also:  Hoe Weet Je Welke Maat Scheenbeschermers Voetbal?

Onderzoek wijst uit dat kracht, snelheid en coördinatie een veel hoger niveau bereiken in de middag en begin van de avond. Uithoudingsvermogen daarentegen kan heel goed in de ochtend worden getraind. Leren in je slaap Als een sporter net nieuwe bewegingen heeft aangeleerd, blijven deze in de eerstvolgende slaap het beste hangen.

Volgens de laatste wetenschappelijke inzichten blijft alles wat net is aangeleerd beter hangen als je het aangeleerde snel kunt verwerken in je slaap. Dit inzicht is heel belangrijk voor het opstellen van trainingen voor coaches en begeleiders.

Naast de fysieke voordelen van slaap is er tijdens de nacht ook sprake van het herstel van het denkvermogen. Pas als we slapen komen onze hersenen tot rust. Wie niet voldoende slaapt – dus de hersenen te weinig rust geeft – riskeert concentratieverlies, vermindering van de alertheid en een tekortschietend geheugen.

  1. Slaapritme Maak je vooral geen zorgen als je de nacht vóór een belangrijke wedstrijd een slechte of korte nachtrust hebt gehad;
  2. Die laatste nacht daar zit het belang niet zo in! Het gaat vooral om een structurele verbetering van je nachtrust;

De laatste nacht extra vroeg naar bed gaan werkt zelfs –hoe gek het ook klinkt- vaak averechts. Hou je gewoon aan je eigen slaapritme, dat levert de beste prestaties op!.

Wat is een A-status sport?

Het uitgangspunt om in aanmerking te komen voor een A- status is een mondiale top-8 prestatie tijdens een WK, Olympische Spelen, Paralympische Spelen of een ander internationaal topsportevenement dat wat betreft deelnemersveld en geleverde competitie gelijk is aan een WK.

Welke topsportstatus heb ik?

Topsport Talentscholen hebben van het Ministerie van OCW een licentie gekregen die deze scholen het exclusieve recht geeft om af te wijken van de normale onderwijs-regelgeving. Van dit recht kan gebruik gemaakt worden door sporttalenten die een topsportstatus of een talentstatus hebben.

Deze sportstatussen worden verstrekt op basis van afgesproken prestatienormen tussen de betreffende sportbond en NOC*NSF. Daarbij worden de volgende statussen onderscheiden: TOPSPORTSTATUSSEN A – status: Top-8 prestaties op WK, Olympische Spelen en/of Internationale topsportevenementen met zwaar internationaal deelnemersveld.

B – status: vervallen per 1 jan. 2017* (Top-16 prestaties op WK, Olympische Spelen en/of Internationale topsportevenementen met zwaar internationaal deelnemersveld. ) Selectiestatus: *Vanaf 1 januari 2017 heeft NOC*NSF bij de focusprogramma’s “de selectiestatus” ingevoerd, waardoor de sportkoepel en sportbonden meer maatwerk kunnen leveren.

De B-status is hierdoor vervallen en voor niet-focussporten komt er een door NOC*NSF erkende bondsstatus. Dit alles is te lezen in de vastgestelde Sportagenda 2017+ en het nieuwe Statusreglement Topsporters.

Met de invoering van de selectiestatus beoogt NOC*NSF beter aan te sluiten bij de topsporters die deelnemen aan de focusprogramma’s van de bonden. HP – status: High Potential-status voor sporters met een uitzonderlijk perspectief, waarbij de verwachting is dat zij snel aansluiting vinden bij de mondiale top-8 en een hoog perspectief hebben op een positie bij de mondiale top-3.

  1. TALENTSTATUSSEN IT – status: Status voor een talent op internationaal niveau;
  2. NT – status: Status voor een talent op nationaal niveau Belofte: Status voor talenten waarvan de verwachting is dat ze binnen korte tijd gezien zullen worden als (inter-) nationale toptalenten;

Sporttalenten aan wie één van deze officiële statussen is toegekend, kunnen, indien nodig, gebruik maken van de faciliteiten waarover de Topsport Talentschool mag beschikken. Dat betekent niet, dat sporttalenten die (nog) niet over een officiële status beschikken, verstoken blijven van medewerking in hun ontwikkeling.

  • Davy Overes – TTS Scala college

    Indien de sportbond vaststelt dat een talentvolle sporter onvoldoende voldoet aan het talentprofiel kan de bond de talentstatus intrekken. Vanaf dat moment dient de leerling het reguliere onderwijsprogramma te volgen, waarbij een reeds geeffectueerde ontheffing van kracht blijft, evenals een eventueel reeds lopende spreiding van het eindexamen. KNVB-Beloftestatus Wat zijn de criteria voor het verkrijgen van de KNVB belofte status nationaal of internationaal talent? De criteria voor de KNVB-beloftestatus worden op basis van richtlijnen van NOC*NSF opgesteld.

    • Waar mogelijk zal de Topsport Talentschool deze sporttalenten onderwijskundig ondersteunen bij hun ontwikkeling naar een officiële status;
    • Voor het seizoen 2020/’21 geldt dat als je bij een BVO speelt of uitkomt in de eerste vier divisies van de landelijk jeugdcompetitie (betreft competities onder 13 t/m onder 21) je een Talentenstatus kan aanvragen;

    Hoe weet ik dat ik een Topsport Talentstatus heb? De bond bevestigt de aanvragen aan de club en stuurt de spelersnamen van hen die een talentenstatus hebben door naar Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport (voorheen Stichting LOOT). Een school die wil weten of zijn leerling een Topsport Talentstatus heeft kan dat navragen bij  het Expertisecentrum VO & Topsport.

    Hoe kom je aan een LOOT status?

    Wat is een LOOT-school? LOOT staat voor Stichting Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport. Het is een stichting die nauw samenwerkt met het NOC*NSF. Op een LOOT-school krijgen toptalenten in sport de kans om hun topsportcarrière te combineren met hun schoolcarrière.

    Op een gewone middelbare school is het vaak lastig om sport te combineren met school, zonder dat de resultaten er onder lijden. Op een LOOT-school krijgen topsporters de mogelijkheid om het schooldiploma op het voor hun hoogst haalbare niveau te halen, náást alle trainingsarbeid die verricht moet worden.

    Je kunt als leerling al een LOOT-status krijgen vanaf klas 1 in het voorgezet onderwijs (VMBO-HAVO-VWO). De stichting LOOT is een samenwerkingsverband tussen 27 scholen in het voortgezet onderwijs verspreid over heel Nederland. In Amsterdam is het Calandlyceum een door de minister van onderwijs erkende LOOT-school.

    1. Waarom LOOT-school? Topsport vraagt veel tijd vanwege trainingen, wedstrijden en vooral reizen;
    2. Een LOOT-school houdt rekening met jouw sportactiviteiten door extra faciliteiten aan te bieden;
    3. Welke faciliteiten je krijgt, hangt af van wat je als sporter nodig hebt;

    De scholen passen maatwerk toe voor elke sporter. Voor school is daarbij het belangrijkste dat je een goed schooldiploma haalt. Maar dat moet dan wel samengaan met goede prestaties en het ontwikkelen van je sportcarrière. Wat zijn die faciliteiten precies?

    • Een flexibel lesrooster dat ruimte laat voor trainingen en wedstrijden;
    • (gedeeltelijke) vrijstelling van bepaalde vakken;
    • uitstel of vermindering van huiswerk;
    • voorzieningen om achterstanden, veroorzaakt door afwezigheid ivm trainingen en wedstrijden, weg te werken;
    • uitstel of aanpassing van repetities en/of schoolonderzoeken;
    • begeleiding van een LOOT-begeleider;
    • gespreid examen over twee schooljaren.

    Wanneer word je LOOT-leerling? Sinds schooljaar 2007-2008 wordt de toekenning van de LOOT-status gedaan aan de hand van het zogenaamde statushandboek die de stichting LOOT samen met de Olympische Netwerken en de sportbonden heeft opgesteld. In dit statushandboek is per tak van sport terug te vinden aan welke criteria een leerling moet voldoen om voor de LOOT-status in aanmerking te komen. Aanmelden kan via één van de LOOT-scholen. Je kan je ook bij een Olympisch Netwerk aanmelden. Je wordt dan automatisch doorgestuurd naar de dichtstbijzijnde LOOT-school.

    1. Uiteindelijk bepaalt het Olympisch Netwerk of je in aanmerking komt voor een LOOT-status;
    2. Bekende ex-LOOT leerlingen Bekende oud-LOOT-leerlingen zijn onder anderen Inge de Bruijn, Irene Wüst, Epke zonderland, Urby Emanuelson (de laatste is ook oud-leerling van het Calandlyceum);

    Meer namen van sporters afkomstig van LOOT-scholen en andere informatie  vind je bij Stichting Loot .

    Is topsport goed voor je lichaam?

    Dat sporten gezond is voor iedereen, dat weet je wel. Maar is het ook nog gezond als je elke dag ettelijke kilometers fietst en dan tijdens een competitie drie weken lang elke dag nagenoeg 200km rijdt én een hoge prestatiedruk voelt? Of als je twee keer per dag traint en dan in het weekend 90 minuten lang moet presteren? Marc weegt de voor- en nadelen van topsport af.

    • Is topsport gezond? Het is een vraag die SKA wel vaker krijgt;
    • Het antwoord hangt af van hoe je ‘gezondheid’ definieert;
    • Als je de definitie ‘afwezigheid van medische problemen’ hanteert, dan is topsport niet gezond in die zin dat topsporters in de loop van hun carrière vaak een moeilijk compromis moeten vinden tussen een kortetermijn- en een langetermijnbenadering;

    Als je vlak voor of midden in een belangrijke wedstrijd of competitieperiode zit en absoluut moet presteren, dan nemen of ondergaan topsporters soms maatregelen die hen wel over die hindernis tillen, maar die absoluut nadelig zijn op de lange termijn.

    • Denk aan sterke pijnstillers, cortisone-injecties, het overslaan of inkorten van herstelperiodes na een blessure etc;
    • Soms is dat voor de sporter de minst slechte oplossing en “moet het maar even”;
    • Als dat maar af en toe gebeurt, dan is er geen man overboord;

    Maar worden dergelijke noodmaatregelen regelmatig ingezet, dan zal dat op de lange termijn zijn tol eisen, bijvoorbeeld in de vorm van vroegtijdige gewrichtsslijtage. Topsport kan nog om een andere redenen extra gezondheidsrisico meebrengen in vergelijking met recreatieve sport.

    Profsporters sporten nu eenmaal gemiddeld harder, vaker, langer, intensiever of sneller dan recreanten. Er is dus veel meer gelegenheid tot het oplopen van een blessure. Vallen of botsen ze, dan kunnen de gevolgen evenredig ernstiger zijn.

    Anderzijds hebben topsporters ook meer ervaring en techniek, en worden ze medisch beter begeleid, waardoor ze de nadelige effecten van incidenten vaak beter en sneller doorstaan dan niet-profs. Topsport brengt ook extra belasting van het hart mee, waardoor dat hart wel sterker en beter belastbaar wordt, maar er tijdens het sporten iets meer risico op een ritmestoornis is.

    1. Ook kan de topsporter na zijn of haar carrière in sommige gevallen last kan krijgen van een vergroot hart (sporthart);
    2. Meestal brengt een sporthart geen problemen mee op de lange termijn, maar de wetenschap is daar nog niet helemaal uit; soms is toch voorzichtigheid geboden voor ex-topsporters;

    Nog andere risico’s die we vaak zien in elitesport zijn overtraining en – in sporttakken waar het uiterlijk of het gewicht belangrijk zijn – eetstoornissen. Topsporter lopen dubbel tot driemaal méér risico op een eetstoornis dan niet-topsporters. Dat laatste brengt ons bij de mentale risico’s die aan topsport zijn verbonden.

    See also:  Hoe Kan Je Gratis Fox Sport Kijken?

    Die hebben meestal te maken met die met de angst voor prestigeverlies, faalangst of negatieve stress, maar ze kunnen ook met de tol van de roem te maken hebben. Topsporters lopen in vergelijking met amateurs een verhoogd risico om een burn-out of depressie te krijgen, omdat er meer op het spel staat.

    Sommige toppers kunnen ook niet weerstaan aan de lokroep van doping en andere vormen van competitievervalsing. En gaat alles voor de wind en rijg je de successen aan elkaar, dan moet je als topsporter ook nog verstandig kunnen omgaan met de aandacht, de verhoogde verwachtingen, de rijkdom, de vele verplaatsingen, de uithuizigheid, de impact op relaties en het opportunisme van derden die samenhangen met sterrenstatus.

    En zelfs áls je ook dat goed kunt managen, dan loert het gevaar van het zwarte gat ná een topsportcarrière of tijdens een langdurige revalidatieperiode. Van die kant bekeken is topsport niet gezond, of op zijn minst niet zo gezond als amateursport.

    Maar je kunt gezondheid ook definiëren als een verlaagd risico om vroegtijdig aan een of andere aandoening te overlijden, of een grotere kans om langer dan gemiddeld te leven. Op beide fronten doen topsporters het beter dan zowat alle andere mensen. In 2015 publiceerde het tijdschrift Sports Medicine een studie over de vraag of elitesporters langer leven.

    Het onderzoek sloeg op meer dan 450. 000 sporters. Daaruit bleek dat elitesporters een 4 tot 8 jaar langere levensverwachting hebben dan leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking. Dat heeft met diverse factoren te maken.

    Zo hebben topsporters doorgaans een robuustere ademhaling en bloedsomloop. Ze worden medisch ook beter gemonitord dan de gemiddelde sterveling. Bovendien kennen ze hun lichaam beter en krijgen verborgen gezondheidsproblemen minder kans om lang onder de radar te blijven doordat het lichaam van een topsporter zo vaak en zo sterk op de proef wordt gesteld.

    • Met name sporters die grote aerobe inspanningen leveren – denk aan hardlopers, wielrenners, zwemmers of voetballers – houden daar de grootste gezondheidsvoordelen aan over;
    • Andere studies tonen aan dat elitesporters tijdens en na hun carrière significant minder risico lopen op hartziekte (ondanks het licht verhoogde risico op een ritmestoornis) of beroerte (cva), wat twee zeer belangrijke doodsoorzaken zijn in de algemene bevolking;

    En doordat (ex-)topsporters niet of minder jaren roken of drinken, krijgen ze minder te maken met tabak- of alcoholgerelateerde kankers en andere ziekten. Ook obesitas of metaboolsyndroom komt zelden voor bij topsporters. Zelfs extreme duursporters, ronderenners bijvoorbeeld, hebben een 40% lager sterfterisico dan niet-sporters.

    • Ondanks alle psychische valkuilen voor en na topsport waarop we al gewezen hebben, tonen sommige studies aan dat elitesporters ook mentaal gemiddeld gezonder zijn dan de algemene bevolking;
    • Wellicht is dat niet zozeer of niet alleen een gevolg van hun sportactiviteiten, maar zeker ook van hun aangeboren of getrainde doorzettingsvermogen en veerkracht – persoonlijkheidskenmerken die er toe hebben bijgedragen dat ze überhaupt topsporter konden worden! Die trekken werken na hun carrière uiteraard door;

    We moeten echter voorzichtig zijn met conclusies want uit andere studies blijkt dan weer dat topsporters evenveel of zelfs wat méér risico lopen op geestelijke problemen dan de doorsneebevolking. Meer onderzoek is nodig op dat punt, maar veel hangt af van de mentale coaching die toppers tijdens hun loopbaan krijgen.

    Wat is een talentschool?

    Nederland heeft 30 Topsport Talentscholen verspreid over het hele land. Dit zijn scholen die van het ministerie van OCW een licentie hebben om ontheffingen en andere speciale faciliteiten aan sporttalenten aan te bieden. Eenvoudig gezegd betekent het dat je op een Topsport Talentschool school en topsport uitstekend kunt combineren.

    • Dat merk je aan de kwaliteit van het onderwijs, je begeleiding en de mogelijkheden die je hebt om je topsportprogramma op maat in te vullen;
    • Jouw ambitie staat centraal Op een Topsport Talentschool krijgt je ambitie ruim baan;

    School en topsport kun je op de voor jou beste manier combineren. Het lesrooster wordt zo veel mogelijk aangepast en afgestemd op jouw wensen, behoeften en sportprogramma. Heb je een trainingsstage, wedstrijd of toernooi? Dan gaat jouw begeleider zijn best doen om vrijaf te regelen.

    1. Doordat jij je kunt focussen op je studie en sport haal je een diploma dat bij jouw niveau past én ontwikkel je jezelf als topsporter;
    2. Een inspirerende omgeving Gemiddeld honderd sporttalenten van vier of meer verschillende sporten staan ingeschreven op een Topsport Talentschool;

    Dat zijn mensen die net zo fanatiek zijn als jij en hetzelfde doel hebben: Nederland en de wereld veroveren. Dat zorgt voor een inspirerende en stimulerende omgeving. Op elke Topsport Talentschool is een begeleidingsteam aanwezig dat jou begrijpt. Ze staan voor je klaar als je ze nodig hebt.

    Speciale faciliteiten Een proefwerk uitstellen. Een flexibel lesrooster. Vermindering van onderwijstijd. Ontheffing van vakken en tijd. Een gespreid examen. Gepersonaliseerd leren. Een persoonlijke begeleider. Het zijn voorbeelden van speciale faciliteiten waar je op een Topsport Talentschool gebruik van kunt maken als dat nodig is.

    Het stelt je in staat om school en topsport te combineren zoals dat het beste bij jou past. Bekijk alle faciliteiten die je hebt op een Topsport Talentschool Een Topsport Talentschool bij jou in de buurt Topsport Talentscholen zitten verspreid door het hele land.

    Hier zie je welke school het dichtst bij jou in de buurt zit. De beste keuze voor jou Of een Topsport Talentschool de beste keuze is voor jou, kunnen we zo niet zeggen. Dat hangt af van wat jij belangrijk vindt en waar je je goed bij voelt.

    Wel kunnen we je helpen met je keuze als je dat wilt. Neem contact op met een van onze coördinatoren. Zij kunnen je goed adviseren over de mogelijkheden die je hebt om school en topsport te combineren en wat dat voor jou betekent.

    • Topsport Talentschool (klik op afbeelding)

      Kosten van de opleiding Topsport Talentscholen zijn scholen voor voortgezet onderwijs, maar wel speciale. Ze hebben een licentie gekregen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om voor leerlingen met een NOC*NSF-status/KNVB-beloftestatus , school en topsport te kunnen combineren. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, ontvangt een Topsport Talentschool hier geen extra vergoeding voor van het ministerie.

      De extra kosten die een school maakt door Topsport Talentschool te zijn en talentvolle sporters te ondersteunen, komen grotendeels voor rekening van de school zelf. De eventuele bijdragen die Topsport Talentscholen hiervoor in rekening brengen bij de ouders van de statusleerlingen, zijn per school verschillend.

      Meer informatie over de schoolkosten van elke Topsport Talentschool vind je bij de scholen zelf. Kijk voor een link naar hun site op de scholenpagina. Te amNL centrum   Je wordt door je sportbond uitgenodigd om aan een opleidingsprogramma deel te nemen op een TeamNL centrum , dat samenwerkt met een Topsport Talentschool.

      Wat is een Talentstatus?

      Topsport Talentscholen hebben van het Ministerie van OCW een licentie gekregen die deze scholen het exclusieve recht geeft om af te wijken van de normale onderwijs-regelgeving. Van dit recht kan gebruik gemaakt worden door sporttalenten die een topsportstatus of een talentstatus hebben.

      Deze sportstatussen worden verstrekt op basis van afgesproken prestatienormen tussen de betreffende sportbond en NOC*NSF. Daarbij worden de volgende statussen onderscheiden: TOPSPORTSTATUSSEN A – status: Top-8 prestaties op WK, Olympische Spelen en/of Internationale topsportevenementen met zwaar internationaal deelnemersveld.

      B – status: vervallen per 1 jan. 2017* (Top-16 prestaties op WK, Olympische Spelen en/of Internationale topsportevenementen met zwaar internationaal deelnemersveld. ) Selectiestatus: *Vanaf 1 januari 2017 heeft NOC*NSF bij de focusprogramma’s “de selectiestatus” ingevoerd, waardoor de sportkoepel en sportbonden meer maatwerk kunnen leveren.

      De B-status is hierdoor vervallen en voor niet-focussporten komt er een door NOC*NSF erkende bondsstatus. Dit alles is te lezen in de vastgestelde Sportagenda 2017+ en het nieuwe Statusreglement Topsporters.

      Met de invoering van de selectiestatus beoogt NOC*NSF beter aan te sluiten bij de topsporters die deelnemen aan de focusprogramma’s van de bonden. HP – status: High Potential-status voor sporters met een uitzonderlijk perspectief, waarbij de verwachting is dat zij snel aansluiting vinden bij de mondiale top-8 en een hoog perspectief hebben op een positie bij de mondiale top-3.

      TALENTSTATUSSEN IT – status: Status voor een talent op internationaal niveau. NT – status: Status voor een talent op nationaal niveau Belofte: Status voor talenten waarvan de verwachting is dat ze binnen korte tijd gezien zullen worden als (inter-) nationale toptalenten.

      Sporttalenten aan wie één van deze officiële statussen is toegekend, kunnen, indien nodig, gebruik maken van de faciliteiten waarover de Topsport Talentschool mag beschikken. Dat betekent niet, dat sporttalenten die (nog) niet over een officiële status beschikken, verstoken blijven van medewerking in hun ontwikkeling.

      • Davy Overes – TTS Scala college

        Indien de sportbond vaststelt dat een talentvolle sporter onvoldoende voldoet aan het talentprofiel kan de bond de talentstatus intrekken. Vanaf dat moment dient de leerling het reguliere onderwijsprogramma te volgen, waarbij een reeds geeffectueerde ontheffing van kracht blijft, evenals een eventueel reeds lopende spreiding van het eindexamen. KNVB-Beloftestatus Wat zijn de criteria voor het verkrijgen van de KNVB belofte status nationaal of internationaal talent? De criteria voor de KNVB-beloftestatus worden op basis van richtlijnen van NOC*NSF opgesteld.

        Waar mogelijk zal de Topsport Talentschool deze sporttalenten onderwijskundig ondersteunen bij hun ontwikkeling naar een officiële status. Voor het seizoen 2020/’21 geldt dat als je bij een BVO speelt of uitkomt in de eerste vier divisies van de landelijk jeugdcompetitie (betreft competities onder 13 t/m onder 21) je een Talentenstatus kan aanvragen.

        Hoe weet ik dat ik een Topsport Talentstatus heb? De bond bevestigt de aanvragen aan de club en stuurt de spelersnamen van hen die een talentenstatus hebben door naar Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport (voorheen Stichting LOOT). Een school die wil weten of zijn leerling een Topsport Talentstatus heeft kan dat navragen bij  het Expertisecentrum VO & Topsport.