Luxembourg

Basketball Academy

Hoe Stimuleert De Overheid Sport?

Hoe Stimuleert De Overheid Sport
Blessures voorkomen – Hoe veiliger mensen sporten, hoe kleiner de kans op sportblessures. Dit vermindert medische kosten. En sporters melden zich dan minder vaak ziek. Daarom stimuleert de Rijksoverheid organisaties om voorlichting te geven. Bijvoorbeeld via websites als Sportzorg.

Wat is de huidige visie van ons ministerie omtrent sport?

‘Samen gezond, fit en veerkrachtig’. Onder dit motto zet het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zich in voor de gezondheid en kwaliteit van leven van alle Nederlanders. We worden met z’n allen steeds ouder en blijven steeds langer vitaal.

Daarnaast kunnen we steeds meer ziektes behandelen. Dat is prachtig. Tegelijk maken mensen zich zorgen over de toekomst van de zorg, die veel geld kost en met een tekort aan werknemers kampt. Het ministerie van VWS wil dat mensen erop kunnen vertrouwen dat de zorg goed, betaalbaar en beschikbaar is en blijft.

Om dat te bereiken, maakt het ministerie afspraken met zorgverleners om de zorg dichterbij huis te bieden als het kan en zetten we in op preventie. Mensen hoeven dan minder vaak naar het ziekenhuis of een instelling. Dat is prettiger voor patiënten. Ook bespaart dat kosten.

Het ministerie werkt er hard aan om meer mensen te werven voor de zorg en het werk beter te organiseren. Bijvoorbeeld door een andere taakverdeling en slim gebruik van nieuwe technologie. Zorg voor mensen, mensen voor de zorg.

Dat is waar wij ons samen voor inzetten. Zodat we ‘samen gezond, fit en veerkrachtig’ zijn.

Wat is het doel van een sportvereniging?

Doel van de vereniging Het hoofddoel van een sportvereniging is het laten beoefenen van een bepaalde sport door de leden van de vereniging.

Wat houdt sportbeleid in?

  • feiten en cijfers
  • Geactualiseerd: 23-12-2019
  • Publicatiedatum: 3-10-2018
  • 4 min

In heel Europa, en zeker ook in Nederland, staat sportstimulering hoog op de beleidsagenda. Lokale overheden willen dat hun inwoners meer gaan bewegen en sporten. Dat heeft immers allerlei positieve effecten op de gezondheid en de samenleving. Aan dat doel – hogere sportdeelname – proberen gemeenten bij te dragen door goed sportbeleid te ontwikkelen.

Sportaccommodaties worden gezien als een belangrijk instrument van dat sportbeleid. Als er genoeg accommodaties zijn, zet dit mensen aan tot ‘sportgedrag’- is de gedachte daarachter. Bovendien gaat ongeveer 85% van de gemeentelijke sportuitgaven naar accommodaties.

Remco Hoekman deed onderzoek naar sportbeleid, sportaccommodaties en sportparticipatie. Download hier het volledige proefschrift ‘Sport policy, sport facilities and sport participation – a socio-ecological approach’. In Nederland ligt de verantwoordelijkheid voor sportbeleid en sportaccommodaties bij de gemeenten.

De aandacht voor het onderwerp is in de laatste decennia ook zeker toegenomen. Alleen, wat niet is toegenomen is het onderzoek naar de ontwikkeling, de werking en de betekenis van sportbeleid: hoe komt het beleid eigenlijk tot stand? En wat is de wisselwerking tussen de inhoud van het beleid enerzijds – en daadwerkelijke sportdeelname anderzijds? Door gebrek aan onderzoek naar sportbeleid en daarmee inzicht, wordt er in de sportsector nog veel beleid gevormd zonder kritische analyses en gebaseerd op aannames, waarvoor de bewijslast ontbreekt.

Tegelijkertijd heeft de overheid wél hoge verwachtingen van de sport. De waarde van sport wordt breed onderschreven en sport is belangrijk voor het individu en voor de samenleving als geheel. Hoekman constateert een spanning tussen de onzekerheid over de effectiviteit van sportbeleid en tegelijkertijd een toenemende aandacht voor effectiviteit en doelmatigheid van beleid.

  1. Daarvoor is een beter inzicht in lokaal sportbeleid in Nederland nodig;
  2. Voor zijn promotieonderzoek koos hij voor een sociaal-ecologisch perspectief, waarin aandacht is voor de omgeving waarin het sportbeleid wordt vormgegeven en waarin het functioneert;

Daarnaast zoekt hij naar inzicht in hoe het sportbeleid het sportgedrag van mensen beïnvloedt. En specifiek: de rol van sportaccommodaties daarbij. Hoekman formuleerde voor zijn proefschrift vijf verwachtingen:

  1. Sportbeleid wordt beïnvloed door de lokale context waarin het sportbeleid wordt gemaakt. Maar ook door bredere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de economie en de discussie over de ‘participatiesamenleving’.
  2. In gemeenten met zogenoemde ‘gunstige karakteristieken’ van lokaal sportbeleid – denk daarbij aan hogere gemeentelijke sportuitgaven – zien we ook hogere sportdeelname.
  3. Een betere fysieke omgeving (grote variëteit aan sportaccommodaties en korte reisafstanden naar sportaccommodaties) bevorderen de sportdeelname.
  4. Een positieve sociale omgeving (veiligheid en sociaal-economische status van de buurt) hangt samen met hogere deelnamepercentages.
  5. Karakteristieken van lokaal sportbeleid zijn vooral van betekenis voor de lagere sociaal-economische groepen, waar het sportbeleid vooral op is gericht.

Hoekman baseerde zijn onderzoek op de volgende studies:

  • twee kwalitatieve studies die ingaan op het lokale sportbeleid zelf
  • drie kwantitatieve studies die ingaan op uitkomsten van sportbeleid ten aanzien van de spreiding van sportaccommodaties en de sportdeelname van individuen
See also:  Hoe Lang Duurt De Transferperiode Voetbal?

Hij kwam uiteindelijk tot twee conclusies. Hoewel lokaal sportbeleid lokaal wordt ontwikkeld, wordt gemeentelijk sportbeleid inderdaad sterk beïnvloed door de buitenwereld. Denk daarbij aan landelijk (sport)beleid en aan financiële, bestuurlijk-organisatorische en maatschappelijke ontwikkelingen.

  • Dit helpt om de inhoud van lokaal sportbeleid beter te begrijpen;
  • De uitvoering van lokaal sportbeleid richt zich vooral op het faciliteren van sportbeoefening en op het verhogen van de sportdeelname;
  • Dit laatste heeft een grote maatschappelijke betekenis vanwege de aangenomen positieve effecten van sport op onder andere gezondheid, persoonlijke ontwikkeling en sociale participatie;

Gemeenten gaan er dus vanuit dat met het verhogen van de sportdeelname, ook die sociaalmaatschappelijke doelen worden gerealiseerd. Hoekman concludeert dat de specifieke eigenschappen van lokaal sportbeleid verklaringen bieden voor verschillen in sportdeelname.

In gemeenten die meer geld uitgaven aan sport, zag je ook een betere inclusie van jeugd en van lagere statusgroepen in sportverenigingen. En daarmee dus ook betere participatie van deze groepen. Verder bleek uit het onderzoek dat op plekken met een grotere diversiteit aan sportaccommodaties, ook een hogere maandelijkse sportdeelname te zijn.

We moeten de invloed wel even in perspectief zetten: de sociale omgeving op wijkniveau en sociaal-economische achtergrondkenmerken van mensen bleken namelijk van nóg grotere betekenis bij het verklaren van verschillen in sportdeelname. Het onderzoek van Hoekman biedt de makers van lokaal sportbeleid bruikbare inzichten.

  • Het laat zien dat lokaal sportbeleid tot op zekere hoogte het sportgedrag van het individu beïnvloedt.
  • Het biedt informatie over welke groepen en omgevingen in het bijzonder in de sportdeelname achterblijven en waar extra aandacht op zijn plaats is (doelgroepenbeleid).
  • Het proefschrift laat zien dat de sportinfrastructuur in Nederland op orde is en dat hiermee goede randvoorwaarden voor sportbeoefening aanwezig zijn.

De belangrijkste uitdaging voor lokaal sportbeleid ligt volgens Hoekman om de lokale sportinfrastructuur optimaal te benutten, en deze af te stemmen op de veranderende wensen en behoeften van mensen. Tot slot pleit Hoekman voor meer reflectie op de betekenis van sportbeleid en de werkzame mechanismen van beleidsactiviteiten. Het is belangrijk om aan te tonen dat sport van betekenis is. Gemeenten kunnen sport inzetten als ‘proeftuin’ voor andere beleidsterreinen en kijken hoe dit bijdraagt aan de realisatie van maatschappelijke doelen.

Waarom moeten sportclubs gratis worden?

Opening: NEDERLAND WORD TE DIK! Introductie: De Nederlands jeugd word steeds dikker. Ze zitten alleen nog maar achter de computer en nooit zie je meer een kind buiten. Maar naar buiten gaan kan ook niet want daar razen de auto’s je zo omver, dus er moet een andere manier komen om de jeugd meer te laten bewegen.

Argument 1: Het probleem is ernstig, omdat te weinig bewegen zeer slecht voor je gezondheid is en dikkere mensen hebben meer last van kwaaltjes. De dokters zullen meer bezocht worden en dit moet ook betaald worden door de overheid.

Daarom moet er meer gesport worden. Naast dat sporten helpt tegen het dik worden is het ook een goede ontmoetingsplek om vrienden te maken met dezelfde interesses. Stelling: Sporten bij een sportclub moet betaald worden door de overheid! Oplossing: Als de overheid de sportclubs financiert zullen veel meer mensen gaan sporten daardoor worden mensen minder dik en het zal ook helpen bij het integreren van verschillende etnische groepen.

Jongeren blijven meer van de straat, in een club hangen is tenslotte ook gezellig. Argument 2: Mijn oplossing is doeltreffend, de mensen gaan weer sporten het is nu toch gratis. Sporten is goed voor je gezondheid dus er zullen minder mensen naar de dokter komen dus dat is een minder grote lastpost voor de overheid en kan dat geld uitgeven aan het sporten.

Argument 3: Mijn aanpak is uitvoerbaar. Er zullen dus minder mensen met kwaaltjes naar de dokter komen dus dat geld kan mooi uitgegeven worden aan de sportclubs. Sportkleding en verdere benodigdheden die nodig zijn bij het sporten kan betaald worden door sporters zelf, maar als die daar ook geen geld voor hebben en dat ook kunnen aantonen dan kan er ook een subsidie gegeven worden aan de sporter.

  • Maar als het sporten dan gratis is dan heb je kans dat bij teamsporten gemakkelijk mensen afbellen;
  • Daar kan je een boete opzetten;
  • Als je bijvoorbeeld een keer niet kan en niet afbelt dat je dan een boete krijgt;
See also:  Hoe Weet Je Welke Maat Scheenbeschermers Voetbal?

Maar als je wel afbelt is er natuurlijk niets aan de hand. Bovendien betalen we ook belasting en daarvan kunnen ze ook wat aan de sportclubs geven. Herhaling stelling: Daarom moet sporten betaald worden door de overheid! Uitsmijter: Help allemaal mee om de overheid het sporten te laten betalen, we zullen dan minder last krijgen van dikke mensen en het integratieprobleem word ook deels opgelost! Bedanken: Bedankt voor jullie aandacht.

Wat doet het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport?

‘Samen gezond, fit en veerkrachtig’. Dat is het motto van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Organogram Begroting en jaarverslag Vacatures Gebouwen Geschiedenis Volmachten en mandaten Het ministerie van VWS zet zich in voor de gezondheid en kwaliteit van leven van alle Nederlanders.

Wie is verantwoordelijk voor volksgezondheid?

Dit ministerie draagt de zorg voor de volksgezondheid. Dit betreft onder andere het beleid met betrekking tot ziekenhuizen, geneesmiddelen, ziektekosten en huisartsen. Ook het welzijnsbeleid zoals de ouderenzorg, het jeugdbeleid, de verslaafdenzorg en de maatschappelijke dienstverlening behoren tot het taakveld.

Daarnaast is het ministerie verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de sport. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is Ernst Kuipers (D66). Daarnaast is er een minister voor Langdurige Zorg en Sport, Conny Helder (VVD).

Er is tevens een staatssecretaris, Maarten van Ooijen (ChristenUnie). De ambtelijke leiding over het ministerie is in handen van een secretaris-generaal, Marcelis Boereboom.

Wat is het verschil tussen een club en een vereniging?

Het woord ‘ club ‘ zegt helemaal niets over de formele status van zo’n groep mensen. In de amateur-sport zal een club (sportclub) heel vaak een vereniging zijn; maar ‘ club ‘ zegt niets over de juridische vorm; het woord ‘ vereniging ‘ zegt wel iets over de juridische vorm, het woord stichting ook.

Is een sportschool een vereniging?

Geldt de Wet Van Dam ook voor sportscholen? – Ja, de Wet Van Dam geldt ook voor sportscholen. De wet kent een uitzondering voor het lidmaatschap van verenigingen, maar een sportschool is meestal geen vereniging. Dat sportscholen vaak spreken van “lid worden” is dus formeel-juridisch onjuist.

Wat is een maatschappelijke vereniging?

Een vereniging die ook kijkt naar wat zij op het gebied van welzijn, gezondheid, voor de samenleving en voor kwetsbare doelgroepen en ook voor haar eigen leden kan betekenen. Zo zou je een vereniging kunnen beschrijven die haar maatschappelijke rol vervult.

Wat is sportparticipatie?

Hierbij kan je denken aan bekendheid met de sociale omgangsvormen op een sportclub, het hebben van vrienden die ook sporten en de norm dat sport ‘erbij hoort’.

Wat is het Nationaal sport akkoord?

Nationaal Sportakkoord – Het Nationaal Sportakkoord ‘Sport verenigt Nederland’ is sinds eind 2018 in uitvoering en loopt tot en met 2022. Het doel van het akkoord is dat iedereen in Nederland nu en in de toekomst zonder belemmeringen in een veilige en gezonde omgeving plezier in sport en bewegen kan hebben.

  1. Het is belangrijk dat iedereen die wil sporten en bewegen, dat ook kan;
  2. Belemmeringen moeten zoveel mogelijk worden weggenomen;
  3. De sportinfrastructuur moet duurzamer worden, zowel wat betreft accommodaties en openbare ruimte als door een grotere vitaliteit van verenigingen en andere aanbieders;

De sporter moet zich veilig voelen, voor, tijdens en na het sporten. Ook het verbeteren van de motorische vaardigheid van kinderen is een belangrijk aandachtspunt in het sportakkoord, onder andere om het plezier in sporten te vergroten en zo een leven lang sporten en bewegen te stimuleren.

  1. Tot slot moeten zoveel mogelijk Nederlanders geïnspireerd raken door topsport;
  2. Deze ambities zijn uiteengezet in zes deelakkoorden;
  3. Elk deelakkoord is ondertekend door partijen die zich op dit thema inzetten, samen met de UitvoeringsAlliantie van het sportakkoord: het ministerie van VWS, de Vereniging Sport en Gemeenten en NOC*NSF;

De implementatie van het akkoord loopt langs drie lijnen: de nationale, de lokale en de sportlijn.

Wat doet de gemeente Utrecht aan sport en cultuur?

Wat doet de gemeente? – Voor een goed sportaanbod zijn goede sportlocaties en voorzieningen nodig. De komende jaren is meer ruimte nodig voor sport. Dit doen we niet alleen door nieuwe sportaccommodaties aan te leggen, maar ook door efficiënter en multifunctioneel gebruik te maken van ruimte die we hebben.

Video: Ruimte voor sport in de toekomst Daarnaast sporten steeds meer Utrechters in de openbare ruimte, bijvoorbeeld in parken of op pleinen. De gemeente helpt met de inrichting van die plekken, zodat Utrechters er zo goed mogelijk kunnen sporten.

De gemeente ondersteunt ook verenigingen, sportaanbieders, initiatieven en vrijwilligers. We stimuleren ze met behulp van het Utrechts Sportakkoord om een bijdrage te leveren aan een sportaanbod voor álle Utrechters, en aan een fijne en veilige sportomgeving.

  • Dat doen we bijvoorbeeld met goede en betaalbare voorzieningen en met advies en financiële steun waar nodig;
  • We zorgen dat talenten in de sport zich kunnen blijven ontwikkelen, bijvoorbeeld op de Sportcampus Traiectum aan de oostkant van de stad;
See also:  Wat Eten Als Je Sport?

En we zorgen voor een sterk netwerk van sportorganisaties, onderwijs, eerstelijnszorg, welzijnswerk en jongerenwerk in onze stad. Zo wordt het steeds makkelijker om te sporten voor iedereen in Utrecht. De organisatie van sportevenementen ondersteunen we om zo veel mogelijk Utrechters kennis te laten maken met sport en bewegen.

Ook omdat het goed is voor de Utrechtse economie en stadspromotie. Dat gaat om topsport, maar ook om sport als recreatie. In Utrecht vinden elk jaar een aantal grote (inter)nationale topsportevenementen plaats.

Bijvoorbeeld de BeNeLadiestour, de Singelloop en King of The Court.

Wat als je geen geld hebt om te sporten?

Hoe Stimuleert De Overheid Sport Ben jij 18 jaar of ouder en blijft er geen geld over om mee te doen aan activiteiten als zwemles, muziekles, fitness, voetbal, theater- of dansles? Het Volwassenenfonds Sport & Cultuur zorgt ervoor dat het lesgeld en/of materialen worden betaald voor volwassenen die leven rond het bestaansminimum. Gebruik de gemeentechecker en ontdek of jouw gemeente al is aangehaakt. Een aanvraag wordt gedaan door een intermediair. Dit kan bijvoorbeeld een schuldhulpverlener, buurtsportcoach, maatschappelijk werker zijn.

Hoeveel mensen kunnen sport niet betalen?

Drie van de vier kinderen in armoede geven aan niet te kunnen sporten, maar dat wel te willen. Deze kinderen hebben recht op financiële ondersteuning van de gemeente. Toch vragen niet alle kinderen of hun ouders die ondersteuning ook daadwerkelijk aan. Als je het aan kinderen en ouders met een lage gezinswelvaart zelf vraagt, blijken zij meer nodig te hebben dan geld om te gaan sporten bij een vereniging.

Kinderen en jongeren van ouders met lage gezinsinkomens sporten minder dan kinderen met hoge gezinsinkomens, laat het overzichtsrapport van Kenniscentrum Sport en Bewegen (2020) zien. Kinderen die opgroeien in armoede zijn vaker geen lid van een sportvereniging, terwijl dit wel heel belangrijk is voor hun ontwikkeling.

Voor hun eigen fysieke en mentale gezondheid, maar ook omdat kinderen die lid zijn van een sportvereniging andere kinderen leren kennen, sociale vaardigheden ontwikkelen en minder vaak sociaal uitgesloten worden. Ze leren hoe het is om deel uit te maken van een groter geheel en om samen te werken.

Bovendien kunnen kinderen die op jonge leeftijd de gewoonte aanleren om te sporten, die als tiener makkelijker in stand houden. Uit recent onderzoek van het Mulier instituut (2021) blijkt dat bij jongeren met een hoger gezinsinkomen sport onderdeel is van hun wekelijkse ritme.

Zij zeggen vaker hun hele leven te hebben gesport. Het beweeggedrag van kinderen met een lage sociaaleconomische status houdt minder goed stand op latere leeftijd. Samen met verschillende wetenschappers, kinderen en ouders met een lage gezinswelvaart, steunorganisaties, welzijnsprofessionals, sportverenigingen en beleidsmakers onderzoek ik hoe we meer kinderen kunnen laten sporten.

Ons tweejarige onderzoeksproject Vital@2040 is een samenwerking tussen de Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Technische Universiteit Eindhoven en Wageningen University and Research en speelt zich af in Eindhoven en Utrecht.

Het onderzoek richt zich op de factoren die kinderen belemmeren te gaan sporten bij een vereniging en op factoren die hen juist op weg helpen. En dat blijkt niet alleen geld te zijn.

Hoe kan je gratis sporten?

Wie is de huidige minister van medische zorg en Sport?

Conny Helder (63, VVD) wordt de nieuwe minister van Medische Zorg in kabinet Rutte IV. Helder is nu nog bestuurder bij zorginstelling tanteLouise uit Bergen op Zoom en bij branchevereniging ActiZ. Ernst Kuipers is namens D66 beoogd minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Wie is minister van Volksgezondheid 2022?

Ernst Kuipers Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Geboren op 14 december 1959 in Meppel, getrouwd, 4 kinderen. Partij: D66.

Welke ministeries zijn er en waar houden ze zich mee bezig?

Wat wordt er bedoeld met volksgezondheid?

Volksgezondheid is enerzijds de gezondheidstoestand van de bevolking , anderzijds het geheel aan activiteiten ter bevordering van de gezondheid van de bevolking. Het gaat dan vooral om collectieve maatregelen voor de publieke gezondheid, zoals het voorkómen van ziekten en het verlengen van de levensverwachting.