Hoe Is Sport Ontstaan?

Hoe Is Sport Ontstaan
Sport werd ontwikkeld door de oude Egyptenaren, soldaten in training of grazende schapen. De huidige takken van sport hebben vaak een lange en verrassende geschiedenis. De Schotse golfers hadden geen regels voor hoe de baan eruit moest zien.

Welke sport is als eerst ontstaan?

Atletiek is een oude sport waar de sporters (atleten) individueel of in groepen (estafette) moeten presteren. Atletiek wordt zowel op de weg als op een atletiekbaan beoefend. Atletiekbanen zijn meestal ovaal gevormd en 400 meter lang. Op het middenterrein worden de werp- en springonderdelen beoefend.

  • Er zijn banen van gras, kunststof en gravel;
  • Atletiek is samen met de zwemsport de oudste sport ter wereld;
  • De Kretenzers deden als eersten aan atletiek rond 1500 jaar v;
  • Chr;
  • De moderne atletiek ontstond in Engeland aan het einde van de 17e eeuw;

De eerste professionele wedstrijden vonden daar plaats in de vroege 19e eeuw. Atletiek was een onderdeel op de eerste moderne Olympische Spelen in 1896.

Waar komt de naam sport vandaan?

De etymologische ontstaansgeschiedenis van het begrip sport is niet eenduidig. Volgens Leonard II (1980) is het begrip sport etymologisch afgeleid van het Latijnse woord desporto (“in vervoering raken” of “laten meeslepen”). Dit verwijst naar het fenomeen dat mensen in een activiteit opgaan of door een activiteit worden meegevoerd; denk aan flow of runners high.

Miermans (1955) stelt dat sport komt van de Latijnse term: “disportare”. Dit betekent zich verstrooien, zich verma­ken of zich ontspannen. Het hield tijdverdrijven van twijfelachtige aard in, alsmede scherts, spot, plezier, spel en lichaamsoefeningen.

Het Engelse werkwoord “disport” heeft de betekenis van het zichzelf afleiding geven. De oor­spronkelijke bijbedoeling van de mensen was om hun aandacht af te leiden van de hardheid en de druk van het dagelijkse leven door het deelnemen aan de vrolijkheid en grilligheid van speelse, ietwat fysieke activiteiten. Hoe Is Sport Ontstaan (Foto: Jeroen Hoyng) In de historie waren er volgens Dunning (1971) voor sport in het oude Egypte en Griekenland geen geschreven regels. Wel waren er beschrijvingen van bewegingscultuur (lichaamsoefeningen en ademhalingstechnieken) in de heilige boeken van de hindoes in het oude India (De Veda’s, 2500-500 BC) en in de geschriften van Confucius staan zeden en gewoonten (o. boksen en medische gymnastiek) van het oude China (Kugel, 1972) .

Het woord “disport” heeft in het Engels nu nog de betekenis van spel en scherts, maar werd afgekort tot “sport”. Sport wordt gezien als lichaamsoefeningen die tot ontspanning en vermaak dienen. De renaissance in het vijftiende-eeuwse Italië heeft tot de wedergeboorte van lichamelijke opvoeding en sport geleid in Europa.

In diverse landen (o. Zweden – Ling, Denemarken – Nachtegall, Duitsland – Vieth / Gutsmuths / Jahn, Zwitserland- Pestalozzi) ontwikkelden zich sportactiviteiten maar die verschilden tussen landen en tussen regio’s. “De Engelse ontwikkeling week af van andere landen toen in de zeventiende en achttiende eeuw boksen, paardenrennen, hardlopen, cricket en roeien op nationaal niveau werden gestandaardiseerd en georganiseerd” (Van Bottenburg, 1994 ). Hoe Is Sport Ontstaan (Foto: Jeroen Hoyng) De internationale standaardisering en verspreiding van de meeste sporten hing samen met migratie, kolonisatie, handel, leger, school, kerk en media. Door die internationale standaardisering was vanaf eind negentiende eeuw tot aan 1965 het bewegingsculturele landschap eenvoudig en overzichtelijk volgens Crum (1992) en waren er duidelijke grenslijnen tussen sport en niet-sport. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw wordt het begrip sport diffuser omdat meer activiteiten worden aangeduid als sport of als sportief bestempeld.

Dit om incidenten te voorkomen zoals toen William Webb Ellis tijdens een potje voetbal (in de plaats Rugby) besloot om de bal op te pakken in zijn hand en naar voren over de doellijn te lopen. De uitdrukking “er een sport van maken” (met ambitie doen, prestatie nastreven; Van Dale) doet vermoeden dat er geen limiet staat op wat de term sport omvat.

Dat is voor media en publiek geen probleem, maar wel voor onderzoekers en beleidsmakers. Waar eindigt sport en waar begint theater, werk, recreatie, circus, spel, kunst of medische oefeningen? Deze discussie speelt al lang want Miermans (1955) schrijft al: “in het spraakgebruik rekent men de meest uiteenlopende bezigheden tot de sport”.

  1. Kunnen we überhaupt wel een definitie of benadering vinden die (a) een onderscheid maakt tussen verschillende sport-gerelateerde begrippen en (b) sport identificeert daar waar het zich voordoet? (Hoyng, 1995 );

Is het wenselijk en mogelijk om een heldere scheidslijn te trekken tussen activiteiten als schaken, armworstelen, poker, speleologie, twirling, synchroon zwemmen, free running (parcours), dans, duivenmelken, acrobatiek, hondenrennen, theatersport, WrestleMania, ritmische gymnastiek, beugelen, hanengevechten, aerobics, talentenjacht, beweeggames of bommetje springen in een zwembad? Er zijn wetenschappers die zeggen dat er geen definitie mogelijk is omdat sport een containerbegrip is van een losjes gerelateerde verzameling van activiteiten.

See also:  Wie Gaat Er Europees Voetbal Spelen?

Stokvis (1989) stelt dat “iedere definiëring van het begrip sport leidt tot uitsluiten van verschijnselen waarvoor goede argumenten zijn aan te voeren om ze wel als sport te beschouwen”. Anderen (o. Guttmann) zijn van mening dat de karakteristieken die de gehele familie van activiteiten gemeen hebben de definitie vormen.

Miermans (1955) stelde dat niet de bezigheid op zichzelf, maar de mate waarin en/of de wijze waarop deze geschiedt, bepaalt of al dan niet van sport kan worden gesproken (in water spelen/vrij zwemmen – wedstrijdzwemmen, stoepranden – handbal). Al geruime tijd wordt er onderzoek gedaan naar sport en maken onderzoekers gebruik van definities om het onderzoekveld te kunnen afbakenen.

  1. In het vijfjaarlijkse TijdsBestedingsOnderzoek (TBO) van SCP (sinds 1975) en CBS (sinds 2011) wordt de definitie van sport overgelaten aan de respondent;
  2. Het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek (AVO) van SCP werd in 1979 voor het eerst uitgevoerd en kende een toonblad met 27 sporten;

Destijds werden bijvoorbeeld denksporten nadrukkelijk buiten beschouwing gelaten, terwijl die wel werden opgenomen in de ledentalstatistieken van NOC*NSF. In sport(deelname)onderzoek wordt de definitie van Van Bottenburg veelal gebruikt: “Sport is een menselijke activiteit die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband maar ook ongebonden kan worden verricht, doorgaans met gebruikmaking van een specifiek ruimtelijke voorziening en/of omgeving, op een manier die is gerelateerd aan voorschriften en gebruiken die in internationaal verband ten behoeve van prestaties met een competitie- of wedstrijdelement in de desbetreffende activiteit of verwante activiteiten tot ontwikkeling zijn gekomen” (Hoyng e.

, 2003 ). Breedveld (2003) geeft aan dat met begrippen als ‘veelal’ en ‘doorgaans’ deze definitie nog veel ruimte voor interpretatie laat. Hoyng e. (2003) stellen dat de weergegeven definitie vanzelfsprekend onbruikbaar is als toelichting op wat in het sportonderzoek onder sport moet worden verstaan.

Het is een middel om vanwege onderzoekstechnische redenen activiteiten in- en uit te sluiten. De operationalisering van deze definitie in de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) leidde tot: “activiteiten die u in de afgelopen 12 maanden heeft beoefend volgens de gebruiken en regels uit de sportwereld”.

  • De antwoordmogelijkheden zijn beperkt tot een toonblad met 44 sporten en bij deze definitie wordt ervan uitgegaan dat een sporter een dergelijke activiteit met een zekere frequentie verricht (minstens 12 keer per jaar);

Met de overgang van AVO (laatste in 2007) naar Vrijetijdsomnibus (VTO) in 2012 zijn de vragenlijsten door SCP aangepast aan de wensen van de sport- en cultuursector (Van den Dool e. , 2014 ). Het toonblad van de RSO is gebruikt met een extra opsplitsing van vecht- en verdedigingssporten tot de afzonderlijke opties boksen, karate, kickboksen en taekwondo (toonblad = 47 sporten).

Deze ontwikkeling (AVO – RSO – VTO) schetst het probleem van sportonderzoek om telkens te moeten kiezen tussen het behouden van een “oude” definitie om een trendbreuk te voorkomen of over te gaan op een modernere definitie van sport.

Als mensen aangeven dat ze gaan sporten, dan worden vele activiteiten daartoe gerekend zoals baantjes zwemmen, joggen, fitnessen, etc. Maar als mensen gevraagd worden of ze zichzelf zien als sporter, dan blijkt dat beoefenaars van sporten die vaak in recreatief verband plaatsvinden (zwemmen, wandelen) zichzelf minder vaak beschouwen als sporter (Van der Werff & Elling, 2014 ).

Teamsporters zien zichzelf relatief vaker als sporter alsmede mensen die in wedstrijd- of verenigingsverband deelnemen. Ook blijkt dat mannen (2012: 43%) zich eerder als sporter zien dan vrouwen (31%). Of mensen zichzelf zien als sporter hangt in grote mate samen met het aantal keren dat ze per jaar sporten.

De richtlijn Sportdeelname Onderzoek gaat uit van minimaal twaalf keer per jaar sporten, maar de gemiddelde Nederlander legt de grens hoger tussen één á twee keer per week (Hoyng e. ,2003: 146 ). In de rapportage Sport 2010 is voor het eerst de ‘wekelijkse’ sporter onderscheiden, waarbij een ondergrens van veertig keer sporten per jaar wordt aangehouden.

  1. Van der Werff & Elling (2014 ) stellen dat de definitie die alleen uitgaat van het aantal keren dat iemand sport te weinig aansluit bij het zelfbeeld van de sporters zelf en dus te beperkt is;
  2. Bepaalde groepen (bijv;

ouderen en vrouwen) zien zich niet als sporter terwijl ze wel sportactiviteiten doen. Wil je deze doelgroep bereiken, dan kun je beter spreken over sport én bewegen. Voor het bepalen van wat wel of geen sport is, blijft NOC*NSF primair aansluiting zoeken bij de internationale Sportdefinitie zoals gehanteerd door de Global Association of International Sports Federations (GAISF; voorheen SportAccord). Sport wordt hier verdeeld in de volgende categorieën:

  • hoofdzakelijk lichamelijk
  • hoofdzakelijk geestelijk
  • hoofdzakelijk gemotoriseerd
  • hoofdzakelijk coördinatie
  • hoofdzakelijk dier ondersteunend
See also:  Ah Voetbal Actie Tot Wanneer?

Om te worden toegelaten tot de lijst met sporten moet een activiteit: (i) een vorm van competitie hebben, (ii) niet afhankelijk zijn van een geïntegreerde geluksfactor, (iii) niet worden bepaald door onnodige gezondheid- of veiligheidsrisico’s van deelnemers, (iv) mag geenszins schadelijk zijn voor een levend wezen, en (v) mag niet afhankelijk zijn van materiaal wat door één aanbieder wordt aangeboden. Deze toelatingseisen zijn niet heel hard want aanvragen van activiteiten die beperkt lichamelijke of atletische activiteit vergen worden zeer zorgvuldig overwogen. Denk aan denksporten en gemotoriseerde sporten waar het lichamelijke aspect minder dominant is.

  1. Het doel van GAISF is niet om een algemene wetenschappelijke statische definitie van sport te hebben, maar een heldere en pragmatische beschrijving van activiteiten die als sport beschouwd kunnen worden;

Ook de relatie tussen sport en kunst is speciaal van belang bij jury-sporten. NOC*NSF heeft bepaald in de notitie ledendefinitie dat aan de erkenning van een internationale federatie door Nederlandse sportbonden geen rechten kunnen worden ontleend, noch dat bepaalde typisch Nederlandse sporten die niet GAISF erkend zijn per definitie niet voor een NOC*NSF-lidmaatschap in aanmerking kunnen komen.

Mandaat om te besluiten om sportbonden al dan niet als lidorganisatie toe te laten, blijft te allen tijde liggen bij de Algemene Vergadering van NOC*NSF. Als je als beleidsmaker je beperkt tot de bij NOC*NSF aangesloten bonden sluit je vele historische en moderne vormen van sport en bewegen uit (bijv.

volkssporten, free running). Hou bij het gebruiken van een bepaalde definitie rekening met welke activiteiten je in- en uitsluit. Een definitie met nadruk op fysieke activiteiten kan inhouden dat er misschien voorbeelden (freefight, nieuwjaarsduik, crashed ice down hill skating) zijn die je als beleidsmaker niet wil subsidiëren.

Geen definitie hanteren betekent dat allerlei organisaties een beroep kunnen doel op gemeentelijke sportsubsidies als duivenmelkers, vissers, klaverjas-verenigingen, cage- of freefight organisatoren, plattelandsverenigingen met een jaarlijkse sportdag, etc.

Sportbeleid wordt steeds vaker verbreed tot sport- en beweegbeleid waardoor de discussie niet meer over de definitie van de activiteit gaat, maar over welke bijdrage het kan leveren aan de samenleving t. gezondheid, welzijn, etc. Sport is een lastig te omschrijven begrip en daarbij al decennia lang onderhevig aan verandering. Bij sport als doel wordt vaak een enge definitie van sport toegepast met kenmerken als:

  1. lichamelijke activiteit,
  2. wedstrijdelement,
  3. het streven naar uitmuntendheid,
  4. reglementering en
  5. institutionalisering.

Sport is dan een lichamelijke activiteit waarbij het gaat om het vergelijken van vaardigheden (zoals coördinatie, balans, vlugheid, nauwkeurigheid, snelheid, kracht, uithoudingsvermogen, enz. De WHO hanteert de volgende definitie : “Sport is an activity involving physical exertion, skill and/or hand-eye coordination as the primary focus of the activity, with elements of competition where rules and patterns of behaviour governing the activity exist formally through organizations; and may be participated in either individually or as a team”.

  1. Maar is dat een probleem? Het lijkt alsof voor “sport als doel” en “sport als middel” twee verschillende definities gehanteerd worden;
  2. Sport wordt echter meer en meer ingezet als middel voor maatschappelijke doelen;

Een ruime definitie is dan vaker wenselijk omdat er diverse sport- en beweegactiviteiten zijn die voor het bereiken van beleidsdoelen kunnen worden ingezet. Fitness kan een prima bijdrage leveren aan gezondheidsdoelstellingen, fierljeppen aan (behoud van) de Friese cultuur en bridge aan Wmo-doelstellingen.

Wat is de oudste sport in Nederland?

Oude Grieken: Sport en Oorlog

De jeugd van KV De Brink, Tim Hendriks, Julian Broekhuis en Cisse Luft, maar ook de al meer ervaren Jochem Wennink hebben veel kunnen leren op het EK klootschieten in Meldorf in Duitsland. Ze nemen een schat aan ervaringen mee naar Nederland om deze verder in hun ‘klootschiet’leven toe te passen. Hoe Is Sport Ontstaan Zetten; standkampf; lofting Na de successen op het veld ( zie https://www. inenomootmarsum. nl/de-kop-is-er-af-op-het-ek-klootschieten-in-meldorf/ )  vonden er op zaterdag de zetwedstrijden in het stadion van Meldorf plaats. In het Duits noemen ze dit onderdeel standkampf en in het Iers lofting. Dit houdt in dat de afstand telt van waar je de kloot van 475 gram los laat tot op het moment dat hij de grond raakt.

See also:  Welke Zender Is Voetbal?

De wedstrijd gaat over 3 schoten, waarbij alle afstanden meetellen. Dat betekent dat je niet alleen over de techniek en kracht moet beschikken maar ook nog eens zo constant mogelijk moet gooien. Voor de Duitsers is dit het topstuk van het EK.

De Hoslteiners draaien om hun as, bijna gelijkend op het kogelslingeren en de Ostfriesen maken gebruik van een schans. Ontzettend mooi om de verschillende technieken te zien. Het wereldrecord staat op 106 meter van Stefan Albarus. Tim Hendriks wist zijn drie schoten op een geweldige goede manier te gooien en behaalde met een afstand van 161,20 meter over drie schoten een mooie 11e plek. Hoe Is Sport Ontstaan Prachtige vierde plek Julian Broekhuis Op zondag stonden de wedstrijden op straat op het programma. Er werd geschoten met een stalen kloot van 800 gram en een diameter van 58 mm. Een mooie brede straat, perfect geschikt voor de allround klootschieter, vormde het wedstrijdparcours. Tijdens de trainingen werden al schoten van 300 meter gehaald. Traditioneel is dit normaliter de wedstrijd voor de Ieren, maar de geschiedenis leert dat iedereen een kans maakt op straat.

De 14e plek was een prooi voor Julian Broekhuis en Cisse Luft behaalde een 16e plaats. Het lukte  team Nederland om ereprijzen te veroveren. Julian Broekhuis mocht aantreden als derde Nederlander. Hij begon met een mooie 125 meter.

Ook de daaropvolgende schoten plaatste Julian allemaal goed en werden er gigantische schoten geproduceerd. Na 5 schoten lag Julian op 896 meter, na 7 schoten 1242 meter en uiteindelijk haalde hij in 10 schoten een afstand van 1792,10 meter. Bijna 180 meter per schot.

Onwaarschijnlijk goed. Julian behaalde hiermee een prachtige vierde plaats. Ook Tim Hendriks ging van start op dit mooie wedstrijdparcours. De jongeman in vorm. Achteraf bleek het helaas niet zijn dag te zijn.

Na 3 schoten lag hij op  465 meter. Dat was een heel goed begin. Door schoten net niet goed genoeg te plaatsen, kon hij niet de afstanden halen, die bij hem passen. Anderen lukte dat wel. Maar Tim altijd positief en met zoveel trainingsuren in zijn armen en benen zette door en behaald met 1374 meter alsnog een verdienstelijke 10e plaats.

  1. De jonge Ier Darragh Dempsey behaalde de Europese titel met een afstand van 2143 meter;
  2. Hiermee zou jij derde geworden zijn bij de senioren;
  3. Een ongelofelijke afstand;
  4. Bij de senioren was het Jochem Wennink, die de kleuren van Nederland mocht verdedigen en natuurlijk van Ootmarsum en KV de Brink;

Jochem begon aardig aan de wedstrijd, maar niet super en dat was eigenlijk de hele wedstrijd zo. Het ene schot  werd te hoog geplaatst, het andere te laag of met ongewenst effect en af en toe was er een superlang schot bij. Ondanks de aanmoedigingen van de vele meegereisde supporters lukt het hem niet om na de wedstrijd tevreden te kunnen zijn. Ook hier was het een Ier, Seamus Sexton, die de titel behaalde met een record op deze straat door in 10 schoten 2323,90 te schieten!! Ruim 232 meter per schot!! Hoe Is Sport Ontstaan Het weekend verliep verder prima. De sporters, supporters, KV de Brink en de Nederlandse klootschietbond kunnen alleen maar zeggen dat de mooie klootschietsport weer op de kaart is gezet. Klootschieten de oudste sport van Nederland, springlevend! Met dank voor de tekst: Marc Luft Hoe Is Sport Ontstaan.

Wat is het doel van het sporten?

Wat is het nut van sporten – Regelmatig sporten kan de vermoeidheid verdrijven, het gewicht beheersen en de stoelgang stimuleren. Sporten kan bovendien de cholesterolspiegel verlagen, en de hartfunctie verbeteren. Sporten kan u voor een hartaanval behoeden.

Als u regelmatig aërobe oefeningen doet zal het gehalte HDL cholesterol, dit is het goede cholesterol in het bloed toenemen. Sporten verbeterd de hartfunctie , getrainde sporters hebben een lagere hartslag en een lagere bloeddruk dan niet sporters.

Een getraind hart is een veel efficiëntere pomp en heeft minder zuurstof nodig voor het uitoefenen van zijn taken. Het is hierdoor beter dan een ongetraind hart bestand tegen een plotselinge daling van de zuurstoftoevoer, dat is wat er gebeurt tijdens een hartaanval.

  • Sporten helpt bij het voorkomen van angina pectoris en hypertensie;
  • Veel mensen hebben de ervaring dat regelmatig sporten hen dagelijkse stress of depressie helpt te bestrijden;
  • Dit komt doordat sporten de uitscheiding van endorfinen (natuurlijke pijnstillers) in de hersenen stimuleert;

Lichaamsbeweging kan ook diabetici helpen, door de weefselgevoeligheid voor insuline te verbeteren. Regelmatig sporten kan gewrichtsontstekingen verminderen, ademhalingsstoornissen verbeteren en zelfs de levensduur verlengen.